Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

insinueren - (zinspelingen maken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

insinueren ww. ‘zinspelingen maken’
Vnnl. insinuatie (zn.) ‘kenbaarmaking’, in insinuatie van betaelynge [1545; Stall.], dan ook insinueren ‘te kennen geven’ [1547; Stall.], vooral in juridische context ‘kenbaar maken (aan een andere partij)’ zoals in daerby insinuerende den dach, ure, ende plaetse, daer de vercoopynghe gheschieden sal [1594; WNT]; later ook insinueren ‘op slinkse wijze bij iemand in het gevlij komen’ [1648; Hexham NE]; de moderne betekenis eerst in het zn. insinuatie ‘bedekte zinspeling, heimelijke mededeling’, in nnl. de insinuaties van Nydigaards [1765; WNT] en bedekte laster ..., waarvoor men thans het woord “insinuatie” uitgevonden heeft [1868; WNT], naast het werkwoord insinueren ‘op een sluwe wijze mededelen, heimelijk influisteren’ [1847; Kramers].
In alle betekenissen ontleend aan Frans insinuer ‘zinspelingen maken’ [1480; Rey], eerder al ‘op een slinkse manier in de geest doen dringen’ [1359; Rey] en ‘(gerechtelijk) kenbaar maken’ [1336; Rey], in die juridische betekenis een geleerde ontlening aan Latijn īnsinuāre ‘bekendmaken’, oorspr. ‘diep wegbergen, tot in het binnenste laten doordringen, in de geest doen dringen’, gevormd uit → in- 3 ‘in-’ en sinūs ‘kromming, welving’, zie → sinus.
De juridische betekenis is zowel in het Frans als in het Nederlands verouderd. De huidige betekenis van het woord is in het Frans ontwikkeld uit de bovengenoemde figuurlijke Latijnse betekenis ‘in de geest doen dringen’, en door het Nederlands overgenomen uit het Frans.
Zie voor een vergelijkbare vorming → inboezemen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

insinueren [bedekt aantijgen] {1847; ouder in de betekenis ‘officieel bekendmaken, ambtelijk betekenen’ 1456} < frans insinuer [inschrijven in een akte, bedekt aantijgen] < latijn insinuare (vgl. insinuatie).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

insinueer ww.
'n Insinuasie of insinuasies maak.
Uit Ndl. insinueren (1847).
Ndl. insinueren uit Fr. insinuer uit Latyn insinuare 'binnedring, slinks binnekom', met lg. van in 'in' en sinus 'boesem, gemoed, binneste'.
Eng. insinuate.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

insinueren (Frans insinuer)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

insinueren bedekt aantijgen 1847 [KKU] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut