Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

inkt - (vloeistof waarmee men schrijft, tekent, drukt etc.)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

inkt zn. ‘vloeistof waarmee men schrijft, tekent, drukt etc.
Mnl. hi hadde perkement ende inct [1300-50; MNW-R], dat swert inct ‘de zwarte inkt’ [1351; MNW-P]; vnnl. inckt, enckt en ook inck [1599; Kil.].
Ontwikkeld uit een Rijnlandse vorm enket, die in de tijd van de Duitse keizers in Trier moet zijn ontstaan uit Laatlatijn encautum, encaustum, de naam voor de rode inkt die de Griekse en Romeinse heersers gebruikten voor hun handtekeningen, later algemener ‘inkt’ (Frings 1966). Het Latijnse woord is het zelfstandig gebruik van encaustus ‘geschilderd door het inbranden van met was gemengde kleuren’ (een techniek in de schilderkunst uit de klassieke tijd, Nederlands encaustiek), ontleend aan Grieks énkauston ‘id.’, letterlijk ‘het ingebrande’ en gevormd uit en ‘in’ en het werkwoord kaíein ‘branden’, zie → kalm.
De jongere, maar tegenwoordig alleen nog gewestelijke vormen ink en enk zijn ontleend aan Oudfrans enca [11e eeuw; Rey] (Nieuwfrans encre), dat op hetzelfde Latijnse woord teruggaat.
De Latijnse vorm is nog duidelijk herkenbaar in de rechtstreekse ontleningen (bijv.) Italiaans inchiostro en Tsjechisch inkoust.
Rode inkt werd in de Romeinse tijd onderscheiden van atramentum ‘zwarte inkt’. Dat laatste woord behoort tot de oudste laag van Romaanse leenwoorden in de Germaanse talen, bijv. Oudsaksisch aterment [12e eeuw] en Middelnederlands aterment [1287; CG II, Nat.Bl.D]. Het werd in het Duits vanuit het zuiden verdrongen door Tinte (< Romaans tincta bij het Latijnse werkwoord tingere ‘drenken, indopen’) en in het Nederlands door inkt, evenals in het Fries en dialectisch in het Duits.
Lit.: Frings 1966, 158-160; Frings 1968, 103-107

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

inkt [schrijfvloeistof] {inc(t), inket 1351, vgl. einc horn [inkthoorn, inktkoker] 1201-1250} < oudfrans enque < latijn encaustum [de purperrode inkt van de latere Romeinse keizers in Trier], eig. ‘ingebrand’, van grieks egka(i)ein [verhitten, inbranden van kleuren (op aardewerk)], van en [in] + ka(i)ein [branden].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

inkt znw. m., mnl. inket, inct, int, mnd. inket, enket < lat. encautum of encaustum, waarsch. ontleend als de purperrode inkt der latere keizers in de tijd, dat deze in Trier resideerden. Vandaar verbreidde zich énket langs de Rijn naar het nl. en nd. gebied, waar het tot inket werd; anderzijds werd het in Noord-Frankrijk overgenomen en leverde fra. enque (vgl. Th. Frings, Germ. Rom. 1932, 171-173).

De ofra. vorm enque werd in het mnl. weer ontleend als inc evenals in het me. als enke (> ne. ink). De vorm ink in nl. dialecten kan deze mnl. vorm voortzetten, maar ook een vereenvoudigde uitspraak van inkt zijn.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

inkt znw., mnl. inket, inct, int o. (m.). Mnl. inc (nog in de spreektaal en dial.) is wsch. een oudere vorm, vgl. ofr. enque (fr. encre) > meng. enke (eng. ink). ’t Mnd. heeft inket, enket o. “inkt”. De germ. vormen gaan op ofr. enque of een ouderen rom. vorm hiervan terug. De rom. vorm is verkort uit lat. encaustum (it. inchiostro) “inkt” < gr. enkauston. De ndl.-ndd. t is ouder dan in de meeste woorden met zgn. “paragogische” t. Kan hier ook invloed van een met ohd. tincta v. (nhd. tinte; > lat. tincta) overeenstemmend woord in ’t spel zijn geweest?

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

inkt. De blijkbaar oude -t (vgl. de mnd. vorm) is wellicht het best te verklaren uit een oudere (gallo-)rom. vorm, die nog t moet gehad hebben. Mnl., nnl. dial. ink sluiten zich dan bij ofr. enque aan.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

inkt m., Mnl. inct, inket, gelijk Eng. ink, uit Ofra. enque(s)t, enque (thans encre), van Mlat. encaustum = rooden inkt. Gr. énkauston, een afleid. van enkaíein = inbranden, gevormd met en = in (z. in 1) en kaíein = branden (z. hei 3). Daarentegen Hgd. tinte uit Mlat. tincta = geverfd water, van Lat. tingere = verven.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

ink (zn.) inkt; Middelnederlands inct <1300-1350> < Aajdfrans enca.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

ink s.nw.
1. Swart of gekleurde stof waarmee geskryf, gedruk en geteken word. 2. Enigeen van die soorte waarin ink (ink 1) op grond van sy kleur, gebruik of samestelling verdeel word. 3. Bruinswart vloeistof wat die inkvis afskei om die water te vertroebel sodat hy ongesiens van dreigende gevaar kan ontvlug.
Uit Ndl. inkt (Mnl. inct, inkct). Eerste optekening in Afr. in bet. 1 in Patriotwoordeboek (1902).
Ndl. inkt uit Fr. enque uit Latyn encaustum uit Grieks egkauston 'purper kleurstof waarmee Griekse en Romeinse keisers hul name geteken het'.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

inkt (Latijn encaustum)

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Inkt, mnl. inc, inct, int; ook later en nu nog in dial. komen die vormen voor; uit ofra. enque, later encre, uit grie. enkaustron.

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Inkt (soms Ink of Int) uit ’t Oudfr. enque (thans encre) en dit uit ’t Middel-Lat. encaustum = roode inkt. (’t Hgd. Tinte komt van ’t Lat. tincta = ’t gekleurde; zie Tint)

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

inkt ‘schrijfvloeistof’ -> Noord-Sotho enke ‘schrijfvloeistof’ (uit Afrikaans of Engels); Tswana ênkê ‘schrijfvloeistof’ (uit Afrikaans of Engels); Xhosa inki ‘schrijfvloeistof’ (uit Afrikaans of Engels); Zoeloe inki ‘schrijfvloeistof’ (uit Afrikaans of Engels); Zuid-Sotho enke ‘schrijfvloeistof’ (uit Afrikaans of Engels); Japans inki ‘schrijfvloeistof’; Negerhollands ink ‘schrijfvloeistof’; Papiaments enk (ouder: inkt) ‘schrijfvloeistof’ (uit Nederlands of Engels); Sranantongo enki ‘schrijfvloeistof’; Saramakkaans enki ‘schrijfvloeistof’ ; Sarnami inki ‘schrijfvloeistof’; Surinaams-Javaans éngki ‘schrijfvloeistof’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

inkt schrijfvloeistof 1351 [MNW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut