Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

inkeer - (zelfbezinning)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

inkeer zn. ‘zelfbezinning’
Mnl. inkeer ‘het zich verdiepen in zijn gevoelsleven, innerlijk besef’, bijv. in inkeer in gevoelne, ende die utekeer in dogedeleken werken ‘het inkeren tot zichzelf en het naar buiten treden met goede werken’ en inkeer in enecheiden, ende uutkeer met goedertiernheiden ‘zelfbezinning in eenzaamheid en leven in nederigheid’ [beide 1380-1400; MNW-P]; vnnl. vaak, later meestal, in verbindingen als tot inkeer komen ‘beseffen dat men verkeerd denkt of handelt en zich voornemen zijn leven te beteren’, tot inkeer brengen ‘iemand tot zo'n besef en voornemen brengen’, zoals in om haer tot in-keer te verwecken [1667; WNT].
Afleiding van het na het Vroegnieuwnederlands verouderde werkwoord inkeren ‘terugkeren, ergens binnentreden’, uit → in en → keren, dat zowel een letterlijke betekenis had, zoals in soe keert in, ghi porters vri, ende sluut toe u porte met verden ‘ga naar binnen (de stad in), jullie vrije burgers, en sluit snel de poort’ [1340-60; MNW-R], als de figuurlijke betekenis ‘zich tot het eigen innerlijk wenden’, zoals in daer wi ons ..., in-keren ende met Gode verenegen [1380-1400; MNW-P].
In de figuurlijke betekenis zijn inkeer en inkeren woorden uit de Middelnederlandse mystieke literatuur, beide voor het eerst geattesteerd in werken van Jan van Ruusbroec (1293-1381). Wrsch. vormde hij deze woorden in navolging van Middelhoogduits īnkēren.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† inkeer znw. Mnl. inkeer m. is een term, door de mystieken ingevoerd. Bij mnl. (hem) inkêren in de myst. bet. ‘tot zich zelf inkeren’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

inkier (zn.) bezinning; Middelnederlands inkeer <1380-1400> < Duits Einkher.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

inkeer (Duits Einkehr)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

inkeer bezinning 1537 [WNT voortgaan] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut