Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

inhoud - (wat zich in iets bevindt)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

inhoud zn. ‘wat zich in iets bevindt’
Mnl. inholt, inhout ‘wat in een document, boek etc. staat’ in na inholt olde zeentbrieven ‘volgens de inhoud van oude aktes (over het geestelijk recht)’ [1306; MNW seentstoel], schriftlick inhalt [1477; Teuth.], na inhout siins briefs ‘volgens de inhoud van zijn brief’ [15e eeuw; MNW]; vnnl. inhoud ‘dat wat zich in iets bevindt’ in naer 't inhoud uwer kas zal uw geachtheit wezen ‘de inhoud van uw kas bepaalt welke achting men van u heeft’ [1666; WNT]; nnl. inhoud ‘ruimtelijke capaciteit’ [1819; WNT].
Afleiding van inhouden in de betekenissen ‘bevatten, omvatten’, zoals in also alse die cornike inhout ‘zoals de kroniek bevat, beschrijft’ [1300-35; MNW-R], gevormd uit → in en → houden.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

inhoud znw., reeds mnl. inhout(d) o. (m.?) = “inhoud van een geschrift e.dgl.”, ook inghehout. Hd. inhalt m. sedert 1432; ook mnd. inholt m. o., owfri. inhald.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

inhoud m., bij inhouden; in niet sterk van inhoud woordspeling met inhout = binnenhout van een schip.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

inhaajd (zn.) inhoud; Middelnederlands inholt <1306>.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

inhoud ‘dat wat ergens in zit; inhoudsopgave’ -> Deens inhold ‘dat wat ergens in zit; inhoudsopgave’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors innhold ‘dat wat ergens in zit; thema, onderwerp’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands inhoud ‘dat wat ergens in zit; hoofdzaak’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut