Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ingooien - (naar binnen gooien; kapot gooien)

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

703. Zijn eigen glazen (of ruiten) ingooien of insmijten,

ook (met) zijn eigen drieguldens zijn glazen insmijten of door de ruiten gooien, d.w.z. zijn eigen zaak roekeloos en moedwillig bederven. Harreb, I, 239: Hij gooit (of slaat) zijne eigene glazen in; Haagsche Post 18 Dec. 1920 p. 1 k. 3: Anders gooien ze voor den zooveelsten keer hun eigen ruiten in; Nw. Amsterdammer 1 Juli 1916 p. 1 k. 3: Iedere huisvrouw weet toch dat zij eigen ruiten ingooit, als zij in een tijd van schaarschte haar kelder of provisiekast uitverkoopt. Vgl. het Friesch: yens eigen glêzen ynslaen; zie Ndl. Wdb. V, 36; in Zuid-Nederland: zijn eigen ruiten inslaan of uitslagen (Joos, 73; Antw. Idiot. 1050; Waasch Idiot. 563 b).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal