Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

-ing - (oud achtervoegsel in toponiemen)

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

-ing- (suffix)
Het suffix -ing- had aanvankelijk de betekenis 'behorend bij het door het grondwoord uitgedrukte' en vormde in vroegmiddeleeuwse nederzettingsnamen vooral, maar niet uitsluitend, afleidingen van persoonsnamen, zogenaamde patroniemen1. De productieve periode begint in de volksverhuizingstijd en loopt door tot de late middeleeuwen. In het oosten van het land blijft het suffix bij de vorming van boerderij- en familienamen langer productief. Volgens sommigen wortelt het type in jongprehistorische nederzettingsnamen op -ingja- (-ingi), die nog geen persoonsnamen bevatten. Door de late overlevering is het echter moeilijk onderscheid te maken of het bij de huidige -inge-namen gaat om oorspronkelijk -ingja- of om -ingô-, een vrouwelijk suffix dat waternamen en natuurnamen vormt op basis van soortnamen. Slechts sporadisch is door het gebruik van het vrouwelijk lidwoord die, der dit onderscheid ten gunste van -ingô- te maken: 1412 in die Gapinghe (→ Gapinge), 1335 die Tateringe (→ Teteringen). Jongere plaatsnamen met -ingô- zijn bij voorbeeld → Bultinge, → Eursing(e), → Holtinge en → Veeningen.
Lit. 1Van Loey-Schönfeld 1970 207.

-ingahem
Formaties van persoonsnamen met -ingahem waren productief in de vroege middeleeuwen1. Het zijn samenstellingen van persoonsnamen op -inga, het patroniemen vormend suffix -ing- in genitief meervoud, en heem 'woonplaats, woning'. Men neemt aan dat dit naamtype het resultaat is van een vermenging van nederzettingsnamen op -inge(n) en plaatsnamen bestaande uit een samenstelling van een persoonsnaam (in genitief) met heem. Ter vergelijking geeft men het (Duitse) voorbeeld Sigmaringen naast Sigmarsheim, met als resultaat van de vermenging Sigmaringheim2. In de relatieve chronologie zijn de -ingahem-namen dus jonger dan de heem- en -ing-namen. De productieve periode was kort: de -ingahem-namen ontbreken in gebieden die na de Merovingische tijd, dus na ca. 750, in cultuur zijn gebracht3. In Zuidwest-Nederland is hun aantal niet groot en het eerste deel van deze namen blijkt over het algemeen te bestaan uit uiterst zeldzame persoonsnamen4. Uit het namenpaar Bidningahusum - Bidningahem (beide 793 kopie 10e eeuw, → Biddinghuizen) blijkt mogelijk het nog onstandvastige karakter van de formaties van persoonsnamen op -ingahem5, al overweegt ook hier in latere attestaties de variant –ingahem6. In de meeste namen ontwikkelde -ingahem zich tot -kum of -kom, zoals in → Berlicum, → Berlikum, → Bennekom, → Blaricum, → Castricum, → Dokkum, → Ellecom, → Gellicum, → Hunnecum, → Renkum en → Workum. In bepaalde gevallen greep men in de 19e eeuw terug op een archaïsche spelling op -chem, terwijl de uitspraakvariant nog -kum, -kom was: → Beusichem (uitspraak Beuzekom), → Doetinchem (uitspraak Deutekem), Gorinchem (uitspraak Gorkum), → Kedichem (uitspraak Kekum), → Woudrichem (uitspraak Woerkem). In Oost-Nederland vertonen enkele namen de latere ontwikkeling van -ingahem tot -kamp, zoals → Breklenkamp, → Denekamp en → Greffelkamp.
Lit. 1(7e-10e eeuw) Blok 1959 29, 2Berger 1999 155, 3Archief 1992 22, 4Idem 21, 5MVN 41 96, 6Künzel e.a. 1989 89.

-inghoven
Formaties van persoonsnamen met -inghoven waren productief in de vroege en latere middeleeuwen (7e-12e eeuw), met name in Zwitserland en Beieren. Evenals bij -ingahem neemt men aan dat dit naamtype het resultaat is van een vermenging van nederzettingnamen op -ingen en plaatsnamen bestaande uit een samenstelling van een persoonsnaam (in genitief) met hoven. De Nederlandse attestaties zijn laat en geografisch beperkt tot het zuiden van het land (Noord-Brabant en Limburg). Vergelijk → Abcoven, → Guttecoven, → Harrekoven, → Humcoven, → Illikhoven, → Kerkhoven en →Vrillikhoven.

-ingi (suffix)
Ontstaan uit *-ingja-, een combinatie van het suffix -ing- en het plaatsnaamvormende suffix -ja-. In de vroege middeleeuwen overweegt in de kustgebieden -inge. Verder het binnenland in komt, net als in Duitsland, meest -ingen voor, dat soms teruggaat op < -ingum (datief meervoud met plaatsaanduidende functie)1, maar dat blijkens de oude vormen meestal een uitbreiding met -n is van -inge. In (voormalig) Fries gebied ontwikkelde -ingja- zich via -ingi tot -ens (→ Callantsoog, → Elens, → Harssens, etc.), een proces dat in de 11e-12e eeuw voltooid is2.
Oudste attestaties in plaatsnamen: ws. 820 kopie 1150-1158 Creslinge (→ Krassum)3, 855 ingevoegd ca. 890 kopie 9e-10e eeuw in Buxingi (→ Beswerd)4, 918-948 kopie 11e eeuw in Taglingi (→ Teijlingen)5.
Lit. 1MVN 41 (1965) 95, 2Naamkunde 19 (1987) 16, 3Künzel e.a. 1989 211, 4Idem 87, 5Idem 340.

Hosted by Meertens Instituut