Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

influenza - (griep)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

influenza [griep] {1800} < italiaans influenza [invloed, griep], van latijn influere [binnen stromen] (vgl. influenceren); er werd vroeger verondersteld dat de ziekte veroorzaakt werd door de invloed van hemellichamen.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

influenza

De ziekte die vroeger influenza heette en nu meestal griep wordt genoemd, heeft een eigenaardige naam. Het Italiaanse woord influenza is immers hetzelfde als het Franse influence, dat: invloed betekent en ook gebruikt wordt voor: epidemie. Men spreekt in Italië dus van een influenza di febbre scarlatina voor een roodvonkepidemie. Met het woord invloed bedoelde men de invloed der sterren, in welker constellatie men de oorzaak van allerlei ziekten zocht. Men geloofde namelijk dat de mensen werden ‘bezocht’ door een van de hemellichamen afstromende vloeistof. Vandaar nog ons woord bezoeking (zie aldaar).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

influenza znw. v., internationaal woord voor griep stamt uit ital. influenza eig. ‘invloed’ en wel oorspr. van de sterren, eerst sedert 1500 als ‘besmettelijke ziekte’ en algemeen geworden door de epidemie van 1743 en vlgg. jaren, die van Italië uit Europa bezocht. Vooral sedert 1880 werd influenza in de plaats van het oudere en inheemse griep gebruikt.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

influenza znw. Jong internationaal woord, op it. influenza “besmettelijke ziekte” teruggaande.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

influensa s.nw.
Aansteeklike siekte, soortgelyk aan griep, wat die asemhalings- en spysverteringsorgane en die senustelsel aantas en met koors, spier- en hoofpyn gepaard gaan.
Uit Ndl. influenza (1837).
Ndl. influenza uit Fr. influenza (1782) of Eng. influenza (1743) uit It. influenza 'siekte soortgelyk aan griep', lett. 'invloed' uit Latyn influere 'binnestroom', met lg. van in 'na, toe, in' en fluere 'stroom, vloei'. Daar is vroeër geglo dat die siekte deur die invloed van hemelliggame veroorsaak word.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

influen’za (de), verkoudheid; griep. Nauwelijks hadden we te Goddo voet aan wal gezet, of we vernamen dat hier en in omgevende dorpen een ziekte gewoed had, welke in één maand tijds () aan ten minste 25 menschen het leven had gekost. Naar de beschrijving en de zieken, welke ik later onderzoeken kon, bleek dat de oorzaken influenza en malaria waren (van Ommeren in Stahel 1927: 66). - Etym.: In AN veroud. E influenza = griep. In Sur. Wordt ’griep’ zelden gebr.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

influenza (Italiaans influenza)

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

influenza. Sanders en Tempelaars (1998) noemen de verwensing krijg de influenza! en geven aan dat zij in Hilversum een tijd lang gangbaar is geweest. Geen van mijn ruim 1500 informanten uit 1997-1998 noemt haar. Het komt mij voor dat wij hier met een poëem of met thuistaal te maken hebben. Over de emotionele betekenis bestaat nauwelijks misverstand. De vloek drukt ergernis en minachting uit en kan weergegeven worden met ‘donder op’. Overigens is interessant wat mijn zo juist geciteerde bron verder opmerkt: “Het gebruik van geleerde termen in verwensingen is ongebruikelijk, tenzij men die termen een beetje belachelijk wil maken.”

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

influenza ‘griep’ -> Shona furuwenza ‘griep’ ; Indonesisch influénsa, inplénsa ‘griep’; Ambons-Maleis inplènsa ‘griep’; Jakartaans-Maleis flu, impelènsa, implènsa, inpelènsa ‘griep’; Menadonees flu, influènsa ‘griep’; Japans infuruenza ‘griep’.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

artsexamen [examen dat men moet afleggen om de titel van arts te krijgen] (1865). De nieuwe wet op de geneeskunde van 1865 maakt melding van het ‘artsexamen’. De kennis van medische zaken neemt in deze periode toe. Zo constateert neerlandicus Jan te Winkel in het gedenkboek Eene halve eeuw 1848-1898: “Opmerkelijk is vooral onder beschaafde of zelfs minder beschaafde leeken het toenemend gebruik van medische termen. Wat vroeger “zenuwzinkingkoorts” heette, wordt nu typhus of typheuse koorts genoemd, en de “briefjes” van besmettelijke ziekten hebben een lastig woord als diphtheritis zelfs reeds onder het lagere volk in gebruik doen komen, met serum er bij. Van désinfecteeren en antiseptisch spreken zelfs barbiers en haarsnijders, zooals dienstboden van bacteriënvrije, gesteriliseerde en gepasteuriseerde melk. Koortsthermometers zijn reeds in vele gezinnen voorwerpen van huiselijk gebruik geworden, en wie vroeger niet anders wist of koorts was koorts (gewoon, anderdaagsch of derdendaagsch) heeft nu den mond vol van intermitteerende koorts en malaria. Wie vroeger alleen van “tering” sprak, spreekt nu liefst van tuberculose. Wie vroeger alleen “verkoudheid” kende, gewaagt nu ook van bronchitis. Nu “constateert” men ook als leek een maagcatarh, wanneer men vroeger alleen beweerde, dat “de maag van streek” was. En sinds de “griep” epidemisch en onder zoo verschillende gedaanten is opgetreden, is het oude, bijna geheel vergeten woord influenza een woord van den dag geworden. [...] Zielkunde en zielsziekten zijn onderwerpen van algemeene belangstelling geworden, en ieder weet nu te praten van neurasthenie als van eene kwaal des tijds. Magnetiseurs en somnambules waren vroeger bekend: hypnotiseurs zijn eerst in het laatste kwart onzer eeuw meer algemeen ter sprake gekomen, en suggestie is zulk een gewoon woord geworden, dat men het ook reeds telkens hoort gebruiken, wanneer er niet bepaald van suggestie in hypnose sprake is.”

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

influenza griep 1800 [Picarta: Bij-lichter, (...) verhandeling over de influenza] <Italiaans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut