Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

inert - (traag, geen reactie vertonend)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

inert bn. ‘traag, geen reactie vertonend’
Nnl. eerst al de afleiding inertie ‘traagheid’ [1805; Meijer], dan inert ‘apathisch’ in soezig, inert, ik zit waar ik neerval [1894; WNT Aanv.].
Al dan niet via Frans inerte ‘futloos, niet reagerend’ [18e eeuw; Rey] ontleend aan Latijn iners (genitief inertis) ‘onbekwaam, werkeloos, traag’, afgeleid met het voorvoegsel → in- 2 ‘niet’ van ars ‘kunst, vaardigheid, vak’, zie → artiest.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

inert [traag] {inerte 1824} < frans inerte [idem] < latijn inertem, 4e nv. van iners [waardeloos, werkeloos, traag], van in- [on-] + ars (2e nv. artis) [kundigheid, kunst].

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

inert (Frans inerte)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

inert traag 1824 [WEI] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal