Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

individualiteit - (eigen aard)

Etymologische (standaard)werken

Diverse auteurs (2011-), Etymologiewiki

Kan worden geantedateerd tot 1805: "Door eene ligte, zachte aanraking doe ik de snaren zyner ziel klinken - op eene met hare en myne individualiteit overeenkomstige wyze." (Vaderlandsche letteroefeningen[1]), met vele tussenliggende attestaties.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

individualiteit [eigen aard] {1824} < frans individualité < middeleeuws latijn individualitatem, 4e nv. van individualitas [idem], van individuus [ondeelbaar] (vgl. individu).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

individualiteit ‘eigen aard’ -> Indonesisch individualitas ‘eigen aard’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

individualiteit eigen aard 1824 [WEI] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut