Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

individu - (enkeling)

Etymologische (standaard)werken

Diverse auteurs (2011-), Etymologiewiki

Oudere attestatie: 1780 "zoo dat waar was, zou de natuur als eene ontaarde Moeder gehandeld hebben, die vermaak heeft het individu, welken zy het leven geeft, geduuriglyk te kwellen" (Vaderlandsche Letteroefeningen[1]). Nog eerder is het kennelijk rechtstreeks uit het Latijn overgenomen individuum (1764): "waar uit de mogelykheid volgt, dat een zeker Individuum, schoon uit eene plompe natie geboren, behoorlyk gespyzigd wordende, een phenix kan worden" (De Denker[2]).

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

individu zn. ‘enkeling’
Nnl. ieder individu die zig aan een misdaad schuldig maakt [1781; WNT].
Ontleend aan Frans individu ‘enkeling’ [1680; Rey], betekenisvernauwing van ‘dat wat een afzonderlijke eenheid vormt en ondeelbaar is’ [1377; Rey], ontleend aan middeleeuws Latijn individuum ‘id.’. In het klassiek Latijn dient het woord (bij Cicero) ter vertaling van Grieks átomos ‘atoom, het ondeelbare’, zie → atoom. Het is afgeleid van het bn. indīviduus ‘ondeelbaar, onscheidbaar’, afgeleid met het voorvoegsel → in- 2 ‘niet’ van dīviduus ‘deelbaar’, afleiding van dīvidere ‘verdelen, scheiden’, zie → dividend.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

individu [enkeling] {1824} < frans individu < latijn individuus [ondeelbaar] (individuum scholastische wijsbegeerte); van in- [on-] + dividuus [deelbaar], van dividere [verdelen]; de samenstelling individuus is door Cicero gevormd naar het voorbeeld van grieks atomos (vgl. atoom).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

individu (Frans individu)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

individu ‘enkeling’ -> Indonesisch individu ‘enkeling’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

individu enkeling 1824 [WEI] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal