Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

indigo - (donkerblauwe kleur(stof))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

indigo zn. ‘donkerblauwe kleur(stof)’
Vnnl. Anijl of Indigo van Portugal [1578; Listen], indego [1582; WNT]. Ouder is wel al een geïsoleerde vindplaats van een op indigo lijkend woord: mnl. insee (lees insce = ‘Indsche, Indische’) ‘indigo’ [1337-78; MNW insee].
Indigo gaat, via een niet helemaal duidelijke ontleningslijn, terug op Latijn indicum, ontleend aan Grieks indikón, beide met dezelfde betekenis ‘de kleur(stof) indigo’, letterlijk ‘het Indische’, zelfstandig gebruik van het bn. bij de riviernaam Indós ‘Indus’, zie → indiaan. Uit Latijn indicum (via *indium) ook bijv. Oudfrans inde en vandaar Middelengels ynde [1296; BDE].
De kleurstof was al in de klassieke tijd bekend, maar stond in de Middeleeuwen door de Arabische handel in het Middellandse Zeegebied bekend onder de naam anil (waaruit ook vnnl. anijl), uit Arabisch an-nīla ‘indigo’, met Arabisch lidwoord ontleend aan Sanskrit nīlī, de locale naam van de indigoplant. Ook in Europa (o.a. in Noord-Italië en Zuid-Frankrijk) was de indigoplant echter inheems, zodat er misschien een niet onderbroken ontwikkeling van het Latijn naar de moderne vormen is. De oudste vindplaatsen voor de moderne talen dateren uit de 13e eeuw, vóór de handel op Azië door de Portugezen: Venetiaans indego [1246; TLF] en Italiaans indaco [1299-1300; DEDLI]; het woord is dus wrsch. verspreid vanuit de Italiaanse havensteden. In andere Europese talen verschijnt het woord pas vanaf de 16e eeuw, het eerst in het Spaans als indico [1555; Corominas], en pas veel later in het Portugees als indigo [1695; Corominas].
Zoals dat ook bij andere natuurlijke kleurstoffen het geval is, duidt het woord zowel de plant (geslacht Indigofera), de kleurstof uit deze plant, als de kleur aan.
Lit.: Listen: z.a. (1578), Listen vande generale middelen gheresolueert by zijn Alteze, mijn heere den prince van Orangnien,..., Antwerpen, A2

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

indigo [blauwe kleurstof] {1582} < spaans índico, índigo < latijn indicum (o. van Indicus [Indisch]) < grieks indikon, verkort uit Indikon pharmakon [Indisch geneesmiddel].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

indigo znw. m. ‘blauwe kleurstof’, reeds in de 16de eeuw bekend < fra. indigo < spa. indigo < lat. indicus ‘indisch’. Reeds aan de Grieken was de blauwe verfstof, die uit Oost-Indië herkomstig was, bekend als indikṓn; de Spanjaarden hebben ze echter weer opnieuw in Europa bekend gemaakt.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

indigo znw., als kleurnaam o., sedert de 16. eeuw. Uit fr. indigo > spa. indico > lat. indicum “het Indische (blauw)”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

indigo v., door Fr. id., uit Sp. indigo, van Lat. indicum. Gr. indikón, zelfst. gebr. onz. van het bijv. indikós = Indisch, Pe. Hind = Indië, het land van den Indus, Skr. Sindhus = Hindus, van wrt. syand = stroomen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

indigo s.nw.
1. Baie mooi lig- en wasegte blou kleurstof. 2. Enigeen van verskeie plante waarvan indigo (indigo 1) gemaak word. 3. Indigoblou.
Uit Ndl. indigo (1582 in bet. 1, 1636 in bet. 2).
Ndl. indigo uit Fr. indigo uit Sp. indico uit Latyn indicum uit Grieks indikon, die onsydige vorm van Indikos 'Indies'. Die kleurstof word so genoem omdat dit oorspr. uit Indië afkomstig is.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

indigo: blou kleurstof, verkry uit spp. Indigofera; hou verb. m. geogr. naam Indië; Ndl., Eng., Fr. en Port. indigo, Sp. indico/endico, It. indico/indaco, sedert 16e eeu eint. intern. wd., reeds Lat. indicum, Gr. indikon.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

indigo (Spaans índigo)

E. Sanders (1995), Geoniemenwoordenboek, Amsterdam

Indigo, de kleurstof waarmee Strauss zijn jeans blauw kleurde, is via het Latijn ontleend aan het Griekse indikon. Dit is een verkorting uit Indikon pharmakon, ‘Indisch geneesmiddel’. De indigoplant werd vroeger in grote hoeveelheden uit Indië aangevoerd. Inmiddels is deze kleurstof vrijwel geheel verdrongen door synthetische produkten.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

indigo ‘blauwe kleur(stof)’ -> Indonesisch indigo ‘blauwe kleur(stof)’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

indigo blauwe kleur(stof) 1582 [WNT] <Spaans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut