Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

incubus - (verschijning van de duivel die verkeert met een vrouw)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

incubus [verschijning van de duivel die verkeert met een vrouw] {1287 in de betekenis ‘boze geest die nachtmerrie veroorzaakt’} < latijn incubus [nachtmerrie], van incubare [liggen op] (vgl. incubatie).

Thematische woordenboeken

T. Beijer en C.G.L. Apeldoorn (1996), Woordenboek van medische eponiemen, Houten

incubus: pavor nocturnus, nachtmerrie. Het woord is afgeleid van het Latijnse incubare, wat ‘op iets liggen’, ‘bebroeden’ betekent. Ook incubatie, de ontwikkeling van het ziekteproces in de symptoomloze periode (het incubatietijdperk) die ligt tussen het binnendringen van de ziektekiemen en het uitbreken van de ziekte, is hiervan afgeleid.
Een incubus is een legendarische mannelijke demon of kwade geest die tijdens de slaap met vrouwen geslachtsgemeenschap heeft. Een succubus is een duivelsverschijning die in de gedaante van een vrouw aan de coïtus deelneemt. In het Nederlandse volksgeloof wordt een nachtmerrie (nachtmare) overigens toegeschreven aan de ‘maar’ (mare), een kwelgeest (De Vries).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut