Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

inboeten - (verliezen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

inboeten ww. ‘verliezen’
Nnl. heeft ... een drie ton ingeboet ‘is drie ton kwijtgeraakt (aan een oplichter)’ [1798; WNT uittrouwen], levenskracht bij de arbeid ingeboet [1877; Groene Amsterdammer], vanaf de tweede helft van de 20e eeuw vaak inboeten aan ‘verliezen’ ... heeft belangrijk aan uitbundigheid ingeboet ‘heeft veel uitbundigheid verloren’ [1964; WNT Aanv. kunst].
Leenvertaling van Duits einbüßen ‘id.’ [1639; Grimm], gevormd uit ein- ‘in’, zie → in, en büßen ‘boeten’, verwant met boeten, zie → boete.
Er bestond ook een werkwoord inboeten ‘een lege plek opvullen’, als verouderde vakterm in de bosbouw ook ‘nieuwe aanplant plaatsen op een gerooid stuk grond’ [1792; WNT]. Dit is een inheemse vorming uit → in en boeten in de betekenis ‘herstellen’, zie → boete.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

inboeten (Duits einbüßen)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

inboeten ‘verliezen’ -> Fries ynboetsje ‘verliezen’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut