Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

-in - (achtervoegsel bij vrouwelijke persoons- en dieraanduidingen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

-in achterv. ter vorming van vrouwelijke persoons- en dieraanduidingen
Onl. in timparinno (genitief mv.) ‘van cymbaalspeelsters’ [10e eeuw; W.Ps.], kuninginna ‘koningin’ [ca. 1100; Will.]; mnl. bijv. in godinne, eselline, keiserinne, lewinne, merminne ‘zeemeermin’, mulinne ‘vrouwelijk muildier’, uogedinne ‘voogdes’ [alle 1240; Bern.], hertoghinne, vriendinne [beide 1265-70; CG II, Lut.K], frerinne ‘kloosterzuster’ [1273; CG I, 251], gheselline [1277; CG I, 345], berinne [1287; CG II, Nat.Bl.D].
Os. -in; ohd. -in(na) (nhd. -in); ofri. -inne (nfri. -in(ne)); oe. -en; on. -ynja (nzw. -inna); got. -ini; < pgm. *-injō-, ontstaan door herinterpretatie van de combinatie n-stam + het vrouwelijke achtervoegsel *-jō-.
Tot in het Middelnederlands was dit achtervoegsel licht productief in het vormen van vrouwelijke persoons- en diernamen; de meeste daarvan bestaan nog steeds, de overige zijn verouderd zonder vervangen te zijn door een woord met een ander vrouwelijk achtervoegsel. In de 15e en 16e eeuw ontstonden opnieuw vele -in-woorden, wrsch. onder invloed van het Duits of vanuit oostelijke dialecten, bijv. meesterinne, nu meesteres, en genotinne, nu (echt)genote. Uit deze of een latere periode zijn slechts enkele woorden blijven bestaan, o.a. boerin, negerin, heidin, christin, en uit het Afrikaans kafferin. In het BN is het achtervoegsel nog of weer enigszins productief; zo heeft recent het woord studentin ingang gevonden [2003; Bakema].
Lit.: Schönfeld 1970, par. 189a; L. Koelmans (1978), ‘Uit de geschiedenis van de Nederlandse achtervoegsels I: over de vorming van vrouwelijke persoonsnamen’, in: Nieuwe tegenstellingen op Nederlands taalgebied, Utrecht

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

-in* [achtervoegsel tot aanduiding van vrouwelijke persoonsnamen van mannelijke] {in bv. eselinne 1201-1250} hoogduits -in. Het is ontstaan uit een i-achtervoegsel, dat als het werd gevoegd bij een n-stam de n meenam; het achtervoegsel heeft waarschijnlijk eindklemtoon gekregen naar analogie van -es.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

in 2 suffix, mnl. inne, os. -in, ohd. -in, -inna, ofri. -inne, oe. -en, got. -ini. Het germ. suffix was -injō < idg. -enjā, ontstaan doordat het vr. suffix -jā aan woorden met volle trap van n-stammen gevoegd werd, waardoor nu een suffix -enjā kon worden afgeleid. Daarnaast vinden wij een schwundstufe -ṇjā in ohd. wirtun ‘waardin’, on. vargynja ‘wolvin’, āsynja ‘godin’.

Ofschoon men niet met Th. Frings PBB 54, 1930, 34 vlgg. behoeft aan te nemen, dat het mnl. -inne uit mhd. -inne zou zijn overgenomen, is het wel mogelijk, dat het door duitse invloed productief geworden is (J. H. Kern PBB 56, 1932, 366 vlgg; zie ook Schönfeld, Hist. Gramm. 225).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

-in II suffix, mnl. -inne. = ohd. -in, -inna (nhd. -in), os. -in, ofri. -inne (Frêsinne), ags. -en, got. -ini (Saúrini “Syrische”), germ. -injô- uit idg. -enjâ-, dat geabstraheerd is uit woorden waar -jâ- aan den vollstufigen stam van n-stammen was gevoegd; het ablautende ohd. -un (wirtun = wirtin), on. -ynja (apynja “apin”) ontstond uit schwundstufig -ṇ + jâ-.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

-in II suffix. Mnl. -inne behoeft om zijn onverzwakte vorm niet uit het Mhd. te zijn ingevoerd, zoals Frings PBB. 56, 34 vlgg. wil. Wel kunnen mhd. voorbeelden bij het productief worden van het suffix hebben meegewerkt. Vgl. J.H. Kern PBB. 56,366 vlgg.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

-in ‘achtervoegsel tot aanduiding van een vrouwelijke equivalent van een mannelijk persoon of dier’ -> Deens -inde ‘achtervoegsel tot aanduiding van een vrouwelijke equivalent van een mannelijk persoon of dier’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors -inne ‘achtervoegsel tot aanduiding van een vrouwelijke equivalent van een mannelijk persoon of dier’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds -inna ‘achtervoegsel tot aanduiding van een vrouwelijke equivalent van een mannelijk persoon of dier’ (uit Nederlands of Nederduits).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut