Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

immens - (onmetelijk, ontzaglijk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

immens bn. ‘onmetelijk, ontzaglijk’
Vnnl. immens [1650; Hofman].
Al dan niet via Frans immense ‘id.’ [voor 1453; Rey] ontleend aan Latijn immēnsus ‘onmetelijk’, afgeleid met het voorvoegsel → in- 2 ‘niet’ van mēnsus, het verl.deelw. van metīrī ‘meten’, verwant met → meten. Letterlijk is immens dus ‘ongemeten’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

immens [onmetelijk] {immense 1650} < frans immense < latijn immensus [onmetelijk, geweldig, onafzienbaar], van in- [on-] + mensus, verl. deelw. van metiri [meten], dus lett. ongemeten.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

immens onmetelijk 1650 [MEY] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal