Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

imiteren - (nabootsen, namaken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

imiteren ww. ‘nabootsen, namaken’
Nnl. imiteren ‘(iets) navolgen, nabootsen’ in dleuen der Iinghelen imiteren ‘het leven van de engelen navolgen’ [1548; WNT vruchtbaar], ook ‘namaken’ [1669; Meijer]; nnl. ‘nadoen’ bewegingen ... observeeren en imiteeren [1735; WNT recruut].
Al dan niet via Frans imiter ‘id.’ [1493; Rey] ontleend aan Latijn imitārī ‘nabootsen, navolgen, evenaren’, zie → imago.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

imiteren [navolgen] {1669} < frans imiter < latijn imitari (vgl. imitatie).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

imitere (ww.) nabootsen; Nuinederlands imiteren <1548> < Frans imiter.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

imiteren navolgen 1669 [MEY] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut