Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ijl - (leeg, dun, wazig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

ijl 2 bn. ‘leeg, dun (niet dicht)’
Vnnl. mit yele handen ‘met lege handen’ [1596; WNT wiegen], ijel ‘leeg’ [1597; WNT], d'yle maagh ‘de lege maag’, yle praat ‘zinledig gepraat’ [beide ca. 1610; WNT], d' ijle lucht ‘de dunne lucht’ [1616; WNT benaderen], een ylen haring ‘magere haring’ [1632; WNT].
Ontstaan uit mnl. idel, zie → ijdel, door wegval van de intervocalische -d-.
In het Vroegnieuwnederlands is ijl niet meer dan een vormvariant van ijdel en heeft het dus alle betekenissen daarmee gemeen. Later ontwikkelen beide woorden zich apart; voor NN ijl betekende dat geleidelijke verdwijning van alle betekenissen behalve de huidige. Een overblijfsel van de oude betekenis ‘leeg’ is de vaste verbinding ijle haring ‘haring na de paaiperiode, dus zonder hom of kuit, dus leeg en daardoor niet vet meer, i.t.t. volle haring’.
Een variant van ijl is → iel ‘nietig, schraal’, zie aldaar voor het verschil.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ijl3 [leeg, dun, wazig] {1809} samentrekking van ijdel.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

ijl 3 bnw. ‘ledig’, sedert de 16de eeuw, samengetrokken uit ijdel.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

ijl II bnw., sedert de 16. eeuw. Uit ijdel ontstaan?

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

ijl 2 bijv., een samentr. van ijdel.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

3yl b.nw.
1. Dun, deurskynend, effens. 2. Hier en daar. 3. Nie hard, deurdringend of vol nie.
In bet. 1 uit Ndl. ijl (1736), 'n sametrekking van ijdel 'leeg'. Bet. 2 en 3 het in Afr. self ontwikkel. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

ijl* leeg, dun, wazig 1809 [WNT voos I]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut