Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

-ij - (achtervoegsel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

-erij achterv.
Mnl. -erie /əriə/ in bijv. draperie ‘laken’, ‘gilde van lakenbereiders’ [1282; CG I, 623, 674], beckerie ‘bakkerij’ [1240; Bern.], gasterie ‘eetgelegenheid’ [1265-70; CG II, Lut.K].
De oudste woorden op -(er)ie zijn ontleningen uit Latijnse woorden op -ia of Franse op -ie, maar de aanwezigheid van inheemse vormingen als beckerie in de oudste Middelnederlandse woordenlijst toont aan dat er al vroeg van een autonoom productief achtervoegsel sprake was. Omdat -ie vaak achter een woord op -er kwam ontstond naast -ie een nieuw achtervoegsel -erie, waarvan gasterie het eerste bewijs is, omdat het woord gaster niet bestond. Door diftongering van de (lange) i in /-erië/ en apocope van de slotklinker is de huidige vorm -erij ontstaan.
Het achtervoegsel -erij maakt deel uit van een complex van nauwverwante vormen: -ij, -erij, -arij (in de 15e eeuw ontstaan door de vervanging van -er door -aar in zn. en werkwoordsstammen op -el en -en), -derij, -dij, -(er)nij (in het late Middelnederlands soms ontstaan naast een vorm op -erij en slechts in enkele gevallen blijven bestaan, bijv. in lekkernij, razernij, slavernij, zie onder resp.lekker, → razen, → slaaf), etc. Een uitvoerige beschrijving van het ontstaan en de betekenis van al deze vormen wordt gegeven door Hüning 1999.
Lit.: M. Hüning (1999) Woordensmederij, Den Haag

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

-ij [achtervoegsel] {in bv. abdie 1201-1250} < oudfrans -ie < latijn -ia < grieks -ia; in het oudfr. ontwikkelde zich een nieuw achtervoegsel -erie, doordat een aantal woorden die op -er uitgingen -ie erachter kregen: tuiler-ie, de plaats waar de tuilier werkt, werd opgevat als tuil-erie, de plaats waar de tuiles [dakpannen] worden gemaakt.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

-ij achterv., mnl. -ie < fra. -ie < lat. -ia. Ook overgenomen in mnd. -ie, mhd. -ie (nhd. -ei). — Zie voor dit suffix L. Spitzer, ZsfromPhil 51, 70 vlgg. — De samenstelling -erij heeft tegenwoordig een pejoratieve betekenis gekregen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

-ij suffix, mnl. -îe v. Evenals mhd. -îe (nhd. -ei), mnd. -îe v. uit fr. -ie (< lat. -ia).

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

-ij. Doordat eensdeels fr. woorden op -erie werden overgenomen, anderdeels -ij vaak achter woorden op -er (-aar II) werden gevoegd, ontstond het langere suffix mnl. -erîe, nnl. -erij.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

-ij (Frans -ie)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal