Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

idool - (hartstochtelijk vereerde of beminde figuur)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

idool zn. ‘hartstochtelijk vereerde of beminde figuur’
Mnl. ydool ‘afgodsbeeld’ [1462; MNHWS]; vnnl. myn Idole sacrifitie ghedaen ‘geofferd bij mijn (Venus-)beeld’ [ca. 1550; WNT], idole ‘afgod’ [1650; Hofman]; vnnl. idool ‘hartstochtelijk vereerde persoon of zaak, ideaal’ [1770; WNT].
Ontleend aan Frans idole [ydole ca. 1220; Rey], dat via Latijn idōlum, idōlon ‘schim, spook, afgod(sbeeld)’ teruggaat op Grieks eídōlon ‘schim, beeld, afgodsbeeld’, afgeleid van eĩdos ‘vorm, gedaante’, zie → idee.
idolaat bn. ‘dweperig’. Nnl. zoo idolater van Vrouwen ‘zo dwepend verliefd op Vrouwen’ [1735; WNT tenger], idolaat van Mama ‘mama verafgodend’ [1784; WNT], idolaat van Lotje ‘smoorverliefd op Lotje’ [1785; WNT teekenen]. Ontleend aan Frans idolâtre ‘verzot op iemand of iets’ [ydolastre 1567; Rey], eerder al idolastre ‘afgodisch’ [1268; Rey], door haplologie uit Laatlatijn idololatra, idololatres, uit Grieks eidōlolátrēs ‘afgodendienaar’, samenstelling van eídōlon ‘beeld’ en een afleiding van het werkwoord latreúein ‘aanbidden, dienen’; het woord wordt voor het eerst aangetroffen in het Nieuwe Testament in de brieven van de apostel Paulus. Nederlands idolaat i.p.v. idolater (zoals in de eerstvermelde attestatie) wrsch. naar analogie van andere bn. op -laat, zoals → desolaat.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

idool [afgodsbeeld] {ydool 1462} < frans idole < latijn idolum, idolon [schim, spook, in chr. lat. afgod(sbeeld)] < grieks eidōlon [schim, beeld, afgodsbeeld], van eidos [vorm, gedaante] (vgl. idee).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

idool (Frans idole)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

idool ‘persoon waarmee door velen gedweept wordt’ -> Indonesisch idola ‘persoon waarmee door velen gedweept wordt’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

idool afgod(sbeeld) 1462 [HWS] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut