Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hypothese - (veronderstelling)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

hypothese zn. ‘veronderstelling’
Vnnl. hypothese ‘veronderstelde waarde’ in multipliceert nv die hypothesen dat syn die valsche rayinghen ‘vermenigvuldig nu de veronderstelde waarden’ [1568; Kool], maar meestal (tot de 19e eeuw) in de Latijnse vorm hypothesis [1614; WNT voorvallen]; nnl. hypothese ‘veronderstelling’ [1803; WNT zottigheid].
Ontleend, in de huidige vorm via Frans hypothèse ‘id.’ [1539; Rey], aan Laatlatijn hypothesis ‘id.’, ontleend aan Grieks hupóthesis ‘veronderstelling’, uit ouder ‘grondslag’, een afleiding van het werkwoord hupotithénai, o.a. ‘ten grondslag leggen, veronderstellen’, hetzelfde werkwoord als in → hypotheek.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

hypothese [nog te bewijzen stelling] {1568 in de wiskundige betekenis ‘veronderstelde waarde voor de onbekende’} < frans hypothèse < grieks hupothesis [het ten grondslag leggen, onderstelling], van hupotithemai [ik leg een vraag voor], van hupo [onder] + tithèmi [ik leg, plaats].

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Hypothese (= Lat. hypothesis = Gr. ὑπόθεσις (hypóthesis) = fundament, onderstelling). Aangenomen onderstelling ter wetenschappelijke verklaring van een verschijnsel.

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Hypo- (< Gr. ὑπὸ = onder; voorzetsel, dat in samenstellingen o.m. het liggen onder of het bewegen aan de onderzijde aanduidt.

Hypothese (< Gr. ὑπόθεσις = onderstelling). Het woord komt in de Griekse wiskunde oorspr. voor in den zin van een bewijsbare maar wegens instemming van den hoorder zonder bewijs aanvaarde bewering. Het is later in de wiskundige taal in onbruik geraakt in verband met de betekenis van gissing, die het tengevolge van het physisch woordgebruik kreeg. Het komt echter weer voor in de voorgeschiedenis van de niet-Euclidische meetkunde, waarin voor een vierhoek met drie rechte hoeken ten aanzien van den vierden hoek de hypothesen werden onderscheiden, dat deze scherp, recht of stomp kan zijn. Het woord heeft hier de letterlijke betekenis onderstelling.

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Hypothese (Gr. hupo = onder; thĕsĭs = stelling, van tithēmi – ik stel). In de wetenschap verklaart men sommige verschijnselen als gevolgen van een nog niet bewezen – dus nog slechts onderstelde – oorzaak. Zulk een aangenomen oorzaak heet een hypothese. – Ook in het dagelijksch leven noemt men een of andere onderstelling wel eens een hypothese.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

hypothese ‘nog te bewijzen stelling’ -> Indonesisch hipotése ‘nog te bewijzen stelling’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

hypothese nog te bewijzen stelling 1568 [Kool] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut