Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hypochondrie - (zwaarmoedigheid)

Etymologische (standaard)werken

Diverse auteurs (2011-), Etymologiewiki

hoewel tegenwoordig een specifiek ziektebeeld waarbij iemand zich overdreven zorgen maakt over de mogelijkheid ziekten te hebben, was de oorspronkelijke betekenis wijder, best te omschrijven als 'zwaarmoedigheid'. Hypochondrie is een afleiding van Grieks hupos 'onder' en chondros 'kraakbeen', en die naam werd gegeven omdat de oorzaak van de ziekte gezocht werd in het gedeelte van het abdomen onder het kraakbeen van het borstbeen; dit wordt nog steeds de linker en rechter hypochondrische regio genoemd (hypochondrium 1744 [1]).

Oudere attestaties (dan 1771):

  • Geerard Brandt: Het leven van Joost van den Vondel (1682) [2]: "[...die] hierna in een diepe zwaarmoedigheit viel, die de Geneesmeesters melancholia hypochondriaca noemen, om dat ze haaren oorsprongk heeft uit het ingewandt."
  • De Denker 2 (1764) [3]: "ligtgeraaktheid, korselheid, een veranderlyk humeur, caprices, hypochondrie, met alle de kwaalen en dwaasheeden, die 'er aan verknogt zyn, moeten hier natuurlyk uit gebooren worden"
  • De Denker 4 (1766) [4]: "De Hypochondrie en zoodanige Kwalen, die veeltyds uit de gedachten geboren worden, cureer ik, door myne Nummi miraculosi of koperen Wonderpenningen [...]"
  • De Denker 5 (1768) [5]: "Ondertusschen besloot ik uit het gemelde dat Philemon, door zyne stille, en werkelooze wyze van leven, een merkelyke maate van Hypochondrie hadt opgedaan."

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

hypochondrie [zwaarmoedigheid] {1824} < latijn hypochondria (o. mv. en vr. enk.) [ingewanden, buik] < grieks hupochondrion [onderlijf, ingewanden], eig. het zelfstandig gebruikt o. bn. van hypochondrios [onder het borstbeen], van hupo [onder] + chondros [kraakbeen]; het onderlijf werd beschouwd als de zetel van de zwaarmoedigheid.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

hypochondrie znw. v. ‘zwaarmoedigheid’ een woord dat in de 17de eeuw opkomt en ontleend is aan de klassieke geneeskunde, die leerde, dat de zwaarmoedigheid toe te schrijven zou zijn aan een ziekte van het onderlijf, vgl. gr. hupochóndrios ‘onder de borstholte’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

hipochondrie s.nw.
Geestestoestand waarby die pasiënt hom verbeel dat hy aan die een of ander ernstige liggaamlike kwaal, gewoonlik van 'n orgaan in die streek onder die ribbes, ly.
Uit Eng. hypochondria (1668).

hipokonders s.nw. Ook ipekonders.
1. Hipochondrie. 2. Siekte van die verbeelding wat gewoonlik neerslagtigheid tot gevolg het, of fiemies.
Deur volksetimologie ontstaan uit hipochondrie.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

hipokonders: – ipekonders/(meer “volks”) iepies – , as s.nw. naas hipochondrie (soos Ndl., met hypochonder as b.nw.), Eng. hypochondria en Fr. hypocondre, almal uit Gr. (h)upo-, “onder” en chondros, “borskraakbeen” as vermeende setel v. d. veronderstelde kwaal; v. ipekonders, iepies.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

hypochondrie ‘zwaarmoedigheid’ -> Japans hipokonderî ‘zwaarmoedigheid’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

hypochondrie zwaarmoedigheid 1771 [H.J. Vieu-Kuik, in ts. De Rhapsodist 1956, 50] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut