Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

huzaar - (soldaat van de lichte ruiterij)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

huzaar zn. ‘soldaat van de lichte ruiterij’
Vnnl. een deel Hussaren ‘een afdeling huzaren’ [1599; Van Meteren].
Ontleend aan Hongaars huszár ‘licht bewapende ruiter’, wrsch. via een West-Europese taal, bijv. Duits Husar [15e eeuw; Pfeifer]. Het Hongaarse woord werd ontleend aan Kroatisch hùsār, gùsār, uit ouder gursar, kursar ‘piraat, vrijbuiter’, dat weer via Italiaans corsaro is ontleend aan middeleeuws Latijn cursarius ‘id.’, afleiding van cursus ‘rooftocht’, een specifieke betekenis van klassiek Latijn cursus ‘rit, reis’, afleiding van currere ‘lopen’, zie → coureur.
Een oudere, minder waarschijnlijke etymologie, die nog steeds door enkele etymologische woordenboeken wordt gegeven (Kluge, Rey) is dat het Hongaarse woord een afleiding zou zijn van Hongaars húsz ‘twintig’, op grond van een wet uit 1435 dat elke grootgrondbezitter per twintig horigen één bereden soldaat aan de keizer moest leveren.
Mátyás Corvinus, koning van Hongarije van 1458-90, richtte in 1485 een huzarencorps op en voerde daarmee succesvol oorlog tegen de Turken. In de 16e eeuw en later werd het concept van licht bewapende (meestal alleen sabel en lans) en daardoor snel en wendbaar opererende ruiters overgenomen door diverse andere legers in Europa. In dezelfde periode zijn bijv. overgenomen Frans houssari (mv.) [1532; Rey] > hussard; Engels hussayres (mv.) [1532; OED] > hussar. Huzaren werden beschouwd als elitetroepen en hadden in de regel een opvallend en kleurrijk uniform. Dit geldt nog steeds voor de enkele huzarenregimenten die het huidige Nederlandse leger nog rijk is.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

huzaar [soldaat van de lichte ruiterij] {hussaar 1660} < hoogduits Husar < hongaars huszár < byzantijns-grieks chōsar [patrouillerend soldaat, spion], afleiding van chōsia [hinderlaag]; of misschien < servokroatisch husar, gusar [bandiet, piraat] < italiaans corsaro [piraat, eig.: hardloper] < middeleeuws latijn cursarius [piraat, renpaard], van latijn cursus [(snelle) loop, vaart, wedren] (vgl. cursus).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

huzaar znw. m., in de 17de eeuw < nhd. husar m. (sedert eind der 15de eeuw < hong. huszár, waarvan de oudste bet. is ‘rover’, dit zelf weer < serv.-kroatisch husar, gusar, kursar ‘straatrover’ < mlat. cursarius ‘zeerover’.

Een andere verklaring leidt het hong. woord direct af uit byzantijns chōsarios ‘soldaat, spion’ (dat in de 9de en 10de eeuw voorkomt); zie daarover Sivirsky Ts. 63, 1944, 298-301.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

huzaar znw. In de 17. eeuw ontleend uit hd. husar m., dat zelf in de 16. eeuw ontleend was uit hong. huszár (òf = “de twintigste”, van husz “twintig”: volgens een hong. wet moest van alle 20 soldaten er één ruiterdienst verrichten, — òf uit een Balkantaal ontleend).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

huzaar (Duits Husar)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

huzaar ‘soldaat van de ruiterij’ -> Indonesisch husar ‘soldaat van de ruiterij’; Boeginees husâræ ‘soldaat van de ruiterij’; Javaans usar ‘soldaat van de ruiterij’; Madoerees usar ‘soldaat van de ruiterij’; Makassaars husâra ‘soldaat van de ruiterij’; Menadonees husar ‘erewacht’.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

revolver [handvuurwapen] (1855). In 1855 is voor het eerst in een Nederlands woordenboek sprake van het Engelse leenwoord revolver. Twee jaar eerder spraken kranten van “het Americaansche pistool, revolver genaamd”. “Figuurlijk spreekt men nog wel van ‘iemand het pistool op de borst zetten’, maar in werkelijkheid gebruikt men in dat geval de veel jongere revolver”, aldus neerlandicus Jan te Winkel in Eene halve eeuw 1848-1898. Te Winkel vermeldt de revolver in een passage over nieuwe krijgswoorden: “Bij het krijgs- en zeewezen zijn evenzoo vele nieuwe woorden ingevoerd. Geheele wapens verdwenen of zijn van naam veranderd. “Lancier” is reeds een historische naam geworden, en om te weten wat een “kurassier” is, moet men reeds hoog bejaard, wat een “dragonder” is, niet al te jong zijn. De voorheen alleen uit Duitschland of Hongarije bekende naam huzaar is nu inheemsch geworden en bij den kleinsten straatbengel bekend. Daarentegen is over het woord “remplaçant” nu de doodsklok geluid. De tweede helft dezer eeuw heeft den naam achterlader aangenomen voor geweren, die den ouden “laadstok” overbodig maakten en den naam er van ten doode doemden. Figuurlijk spreekt men nog wel van “iemand het pistool op de borst zetten”, maar in werkelijkheid gebruikt men in dat geval de veel jongere revolver. De marine rust sinds het midden onzer eeuw allerlei nieuwe schepen, pantserschepen, uit: sinds den Amerikaanschen oorlog (1862) monitors, en vervolgens ramtorenschepen en torpedobooten. Ook heeft deze halve eeuw ons met dynamietbom en dynamietpatroon verrijkt, waarover zelfs in een land met zoo weinig mijnen als het onze druk wordt gepraat.”

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

huzaar soldaat van de ruiterij 1599 [Van Meteren, Historien 408] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut