Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hunebed - (grafmonument uit het stenen tijdperk, dolmen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

hunebed zn. ‘grafmonument uit het stenen tijdperk, dolmen’
Vnnl. in Drenth vint men seer weynigh Steenen of zy zijn aen dese Hune-Bedden geimployeert ‘... of ze zijn voor deze hunebedden gebruikt’ [1660; Picardt, 32], in de titel van het gedicht Lof op 't hunebed, of de ongemene, opgestapelde steenhoop te Borger in Drente [1686] van Titia Brongersma; nnl. ook hunnebed ‘grafmonument uit de steentijd’ [1809; WNT urn(e)].
Gevormd uit → bed en een eerste lid dat vaak pseudo-etymologisch in verband wordt gebracht met de historische Hunnen, Aziatische nomaden die in de 4e en 5e eeuw in Europa huishielden. Wrsch. gevormd in navolging van ouder Duits Hünengrab ‘hunebed’ [16e eeuw; Pfeifer], Noord-Duits Hünenbett. Het eerste lid van deze woorden is Hüne ‘reus’, dat vanuit het Nederduits eind 18e eeuw door dichters als Gottfried August Bürger en Heinrich Voss in de standaardtaal terechtkwam, maar ook al verschijnt als Middelhoogduits hiune ‘reus’ [13e eeuw; Pfeifer] en Vroegnieuwhoogduits heune [15e eeuw; Pfeifer]. Hüne is hetzelfde woord als Oudsaksisch en Oudhoogduits hūn, die beide ‘Hun’ of ‘Hongaar’ aanduidden en dus uiteindelijk toch teruggaan op de volksnaam der Hunnen. De vorm Hunnen, ook Duits Hunnen, is gebaseerd op middeleeuws Latijn hunni ‘Hunnen’. Of deze volksnaam met de Hunnen zelf meegekomen is of door de Europeanen gegeven is, is niet te bepalen.
Een met het bovenstaande samenhangende verklaring is die van De Vries (NEW), die vermoedt dat er een overlevering heeft bestaan die de stenen monumenten toeschreef aan de Hunen, een Saksisch volk. De naam komt o.a. als Hunni voor in de Kerkgeschiedenis van het Engelse volk, geschreven door de Engelse kloosterling Beda Venerabilis (672-735), en in de Oudnoordse Thiðrekssaga [ca. 1205] komt Húnaland voor als naam voor een streek in Saksen, waar ene Attila heerst over de Hunen. Weliswaar worden hier expliciet Germaanse volken mee aangeduid, maar hun naam gaat evenals die van Attila (in andere Oudnoordse sagen Atli) zonder twijfel terug op de hierboven al genoemde historische Hunnen en hun leider Attila.
De spelling was vroeger meestal hunnebed en ook recent komt deze nog voor op grond van een gangbare uitspraak; zowel WL 1914 als de meeste woordenboeken van voor 1950 staan beide spellingen toe, pas WL 1954 schrijft uitsluitend hunebed voor. De hunebedden zelf hebben met de Hunnen niets te maken en stammen uit de late steentijd: de Nederlandse hunebedden zijn gebouwd tussen 3400 en 3200 v. Chr. door inwoners uit de zgn. Trechterbekercultuur. In België zijn soortgelijke, maar jongere, archelogische monumenten gevonden, gebouwd vanaf 3000 v. Chr. door inwoners uit de Seine-Oise-Marne-cultuur; ze verschillen ook typologisch van de Nederlandse hunebedden. De naam hunebed wordt in het BN minder gebruikt, de gewone term is er het internationale, oorspr. Franse en Bretonse woord → dolmen.
Ook in Nederland ging men er vroeger van uit dat de hunebedden gebouwd waren door reuzen: verheevene graven, van ... schier onverwickelijke steenen zijnde t'zaemen packt ... by de inzaeten (‘ingezetenen’) reusen-bedden genoemd [1654; WNT reus I], de Steen-hopen zijn begraffenissen van grouwsame, Barbarische en wreede Reusen, Huynen, Giganten [1660; Picardt, 27], de graven en die heeft men genaemt Hune-Bergen, dat zijn Reusen-Bergen [id., 32]. Vergelijk ook het Duitse synoniem Riesengrab ‘reuzengraf’, Deens jættestue letterlijk ‘reuzenkamer’ [1786; ODS], Frans chambre de géants ‘id.’.
Lit.: Johan Picardt (1660), Korte beschryvinge van eenige vergetene en verborgene antiquiteten der provintien en landen gelegen tusschen de Noord-Zee, de Yssel, Emse en Lippe, Amsterdam, herdruk Meppel 1975

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

hunebed [voorhistorische begraafplaats] {1809} de verklaring is nog nimmer overtuigend gelukt; mogelijk naar de Huni genoemd, die Beda in zijn kroniek (8e eeuw) samen met Angelen en Saksen vermeldt en die uit Noord-Duitsland afkomstig moeten zijn.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

hunebed znw. o. ‘steenmonument uit de jonge steentijd in Drente (en daarbuiten in West-Duitsland en Denemarken)’, waarnaast ook hunnebed, dat onder invloed staat van de mening, dat deze praehistorische graven het werk van de Hunnen zouden zijn geweest (verband met het mnd. hūne ‘reus’ zou eerder wijzen op een ontstaan van deze naam in het nederduitse gebied, waar hij echter niet gebruikelijk is).

De verklaring is op verschillende manieren gegeven. 1. Het 1ste lid zou het woord henne ‘dood’ zijn, vgl. hennekleed ‘lijkwade’ en mnl. henbedde ‘doodsbed’ (L. J. F. Janssen, Nijhoff’s Bijdragen 4, 1844, 95 noot, later uitvoerig verdedigd door Siebs, ZfdPh 24, 1892, 145 vlgg. en door J. H. Gallee, Ts. 20, 1902, 46-58). Een germ. inscriptie met de woorden Mercvri Channini scheen daarvoor een zekere steun te verlenen; terecht merkt FW 269 daartegen op, dat de aangevoerde woorden te sporadisch voorkomen om deze verklaring aannemelijk te maken. — 2. Daar allerlei voor- en vroeghistorische (vooral romeinse) bouwwerken naar de Hūnen zijn genoemd: in Nederland Hunen- of Hunnenschans, Hunerborg; in Duitsland talrijke voorbeelden van Hünenburg, Hünenring, heeft Kauffmann, ZfdPh 40, 1908, 276-86 daarin een naam voor de Romeinen willen zien, waarvoor verder geen enkele aanwijzing is. — 3. Er is echter een woord Hūnaland in ngerm. bronnen, waarmee Saksen aangeduid werd, zelfs meer bepaald Westfalen. Anderzijds heet Siegfried inn hūnski en daar hij de typisch Frankische held is, verklaart E. Brate, ZfdW 12, 1910, 114 vlgg. Hūnaland als het land der Franken. — Beda noemt in de 8ste eeuw onder de voorvaderen der Angelsaksen naast de Angelen en Saksen ook de Hunni, die hij dus in Noord-Duitsland localiseert. — Daar de naam hunebed in Drente voorkomt en de Hunenschans uit de jonge steentijd stamt en tot de 13de eeuw in gebruik bleef, ligt het voor de hand aan te nemen, dat er een overlevering bestond, die deze monumenten uit de oudheid aan dit volk der Hūnen of Saksen toeschreef (J. de Vries Ts. 49, 1930, 71-95; zie ook O. Höfler, Siegfried; Arminius und die Symbolik 1961, 104-107).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

hunnebed, hunebed znw. o. Een oorspr. dr. en ndd. woord. Tegenwoordig is in Drente diksteenen echter de meest gewone benaming. Wsch. is de vorm hûnebed het oudst, oorspr. = “reuzenbed”. Het eerste lid is dan = mnl. Hûne, ohd. os. Hûn m. “Hun, Hongaar”, mhd. hiune m. ook = “reus” (nhd. hüne), evenzoo mnd. hûne m. Blijkens oudgerm. namen als ohd. Hûnprëht (Humbert) is hûn wsch. een echt germ. woord, men neemt wel aan dat de oorspr. bet., “zwart” is geweest: onzeker; maar andere vermoedens zooals de op de bet. “Franken” van Hûnar in de Eddaliederen gebaseerde combinatie met ags. Hûgas, lat. Hûgones, germ. *Xauχôz (lat. Chauci) zijn nog minder aannemelijk. De naam Hûn is op verschillende volken toegepast. De hypothese, dat ’t eerste lid van hunnebed met dat van mnd. henne-, henen-klêt o. “lijkkleed” en dgl. samenstt. met henne-, hene-, heine(n)-, hende-, die ndd. en oostndl. nog voorkomen, en verder met Mercuri Channini (inscriptie in ’t boven-Ahrtal), opgevat als de naam van een dood-god, zou samenhangen, zou aannemelijk worden, als de vorm hennebed of henebed niet zoo hoogst sporadisch voorkwam. Onzeker is de combinatie van henne- enz. met gr. kaínō “ik dood”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

hunnebed, hunebed. De gron. benaming is steenberg. Na de uiteenzettingen van Jan de Vries Tschr. 49, 71 vlgg. is het nog waarschijnlijker, dat men in het eerste deel van het woord een volksnaam moet zien. Dat hiermee juist de Saksen zouden aangeduid zijn (on. Hûnaland = Westfalen; Hûnar volgens De Vries zowel = ‘Saksen’ als ‘Franken’), blijft onzeker.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

hunebed o., vergel. Hgd. hünengrab: het eerste lid is wel hetz. als dat van hennekleed en bet. misschien lijk. Het is in sommige zijner vormen homon. met Mnl. hune, Os. en Ohd. hûn, Mhd. hiune, Hgd. hüne = reus, hetz. w. als de bekende volksnaam der Hunnen, Mlat. Hunni, doch reeds vóór de opkomst der Hunnen bij de Germ. in zwang.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

hunnebed: (tijdens Tweede Wereldoorlog) Nederlandse vrouw die ‘het deed’ met Duitse soldaten. Hunnebed of hunebed is ook een term voor een oude begraafplaats (in o.a. Drenthe). Moffenhoer*. Syn.: puinhoer*.

Het type uniform scheen de ‘Hunnebedden’ weinig uit te maken, want het aantal buitenechtelijke kinderen was in 1946 opnieuw torenhoog, ongeveer zevenduizend, het driedubbele van het vooroorlogse jaar. (HP/De Tijd, 03/05/2002)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Hune- of hunnebed. Voor ’t eerste lid gelden twee afleidingen: 1°. Hun = reus, dat ook op ’t volk van Attila werd toegepast, ’t woord zou dan bet.: reuzengraf (Hgd. Hünengrab). Ook in de Hunnenschans aan ’t Uddelermeer zou de herinnering aan het reuzenvolk voortleven, dat men dien wal toeschrijft. 2°. ’t Eerste lid is henne – hene – hunne, dat in de Germ. talen doods- bet, vgl. hennekleed: doodskleed; dan zou hunebed uitdrukken: doodenplaats.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

hunebed voorhistorische begraafplaats 1809 [WNT urn(e)]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut