Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hovenier - (tuinman)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

hovenier zn. ‘tuinman’
Mnl. hovenere ‘tuinman’ [15e eeuw; MNW]; vnnl. hovenier [1562; Kil.].
Afleiding van → hof ‘tuin’ met het achtervoegsel -enier, dat naast het uit het Frans ontleende achtervoegsel -ier was ontstaan onder invloed van oudere woorden die -n- al in de stam hadden staan, zoals aalmoezenier bij mnl. aalmoesene ‘aalmoes’ en tavernier bij mnl. taverne ‘herberg’. Een andere mogelijkheid is afleiding met het achtervoegsel -ier van het meervoud hoven.
Lit.: Schönfeld 1970, par. 176

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

hovenier znw. m., mnl. hovenēre is een afl. van hof in de bet. ‘tuin’. Het suffix -enier is ontstaan uit -ier < fra. -ier < lat. -ārius en wel onder invloed van woorden die op een n eindigden; in dit geval ligt een woord als tuinier dichtbij.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

hovenier znw., sedert Kil. Evenals mnl. hōvenere m. “tuinman” van hof in de bet. “tuin”.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut