Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

houwen - (hakken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

houwen ww. ‘hakken’
Onl. *houwon in hieuuon ‘(zij) hieuwen’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. howen, houwen ‘hakken, om-, afhakken’ in si lit ... dat hoft uan haren buke howen ‘ze liet het hoofd van haar romp hakken’ [1265-70; CG II, Lut.K], si gingen houwen ende slaen [1260-80; CG II, Wr.Rag.].
Os. hauwan (mnd. houwen); ohd. houwan (nhd. hauen); ofri. hāwa, hōwa (nfri. houwe); oe. hēawan (ne. hew); on. höggva (nzw. hugga); alle ‘hakken’ en/of ‘slaan’; < pgm. *hauwan-. Daarnaast een zwak werkwoord ohd. houwōn (mhd. houwen). Zie ook de oude afleiding → hooi.
Wellicht verwant met Latijn cūdere ‘slaan, kloppen, stampen’ (zie → codex); Litouws kauti ‘doden’; Oudkerkslavisch kovati ‘houwen, slaan’ (Russisch kovát' ‘smeden’); Tochaars A ko-, Tochaars B kau- ‘doden’; < pie. *kh2eu-, waaruit misschien ook → hakken (IEW 535).
Dit weinig frequente werkwoord bestaat vooral nog in de afleiding beeldhouwer en in BN beenhouwer.
houw zn. ‘gereedschap om mee te houwen’. Mnl. wrsch. al in de eigennaam Jan van der hawen [1282; CG I, 615], houwe ‘gereedschap om mee te hakken’ [1331; MNW]. Afleiding van houwen. Het woord moet al Oudnederlands zijn, gezien de Franse ontlening houe ‘houwgereedschap, hak’ [ca. 1170; Rey]. Zie ook → houweel.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

houwen* [slaan, afhakken] {1260-1280} oudsaksisch hauwan, oudhoogduits houwan, oudfries ha(u)wa, ho(u)wa, oudengels heawan, oudnoors hǫggva; buiten het germ. latijn cudere [slaan], grieks keiein [splijten], litouws kauti, oudkerkslavisch kovati [slaan, smeden], tochaars B kaut-, tochaars A kot- [splijten, hakken].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

houwen ww., mnl. houwen, onfrank. hauuan, os. hauwan, ohd. houwen (nhd. hauen), ofri. hāwa, hauwa, hōwa, houwa, oe. hēawan (ne. hew), on. hǫggva ‘houwen, slaan’. — osl. kovą, kovati ‘houwen, smeden’, lit. káuju, káuti ‘smeden, slaan’, verder lat. cūdo ‘slaan’ (H. Hirt BB 24, 1899, 276), toch. A ko-, Β kau- ‘doden’ (IEW 535).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

houwen ww., mnl. houwen. = onfr. hauuan, ohd. houwan (nhd. hauen; ook ohd. gi-houwôn), os. hauwan (in samenst.), ofri. hâwa, hā̌uwa, hō̌(u)wa, ags. hêawan (eng. to hew), on. hǫggva “houwen, slaan”, germ. *χauwanan. Verwant met obg. kovą, kovati “smeden”, lit. káuju, káuti “slaan, smeden, strijden”, eventueel ook gr. keiō) (*kéwjō) “ik splijt” (x 425); verder ier. coach (*kowâko-) “strijder”. Een met d verlengde stam in lat. cûdo “ik smeed”, ier. cuad “slaan, strijden”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

houwen. Ier. coach is onzeker: WP. I, 330.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

houwen o.w., Mnl. id., Onfra. hauuan, Os. hauwan + Ohd. houwan (Mhd. houwen, Nhd. hauen), Ags. héawan (Eng. to hew), Ofri. háwa, On. hǫggva (Zw. hugga, De. hugge) + Ru. kovať, Lit. kauti = slaan, smeden, Gr. keíein = splijten, en met uitbreiding Lat. cudere, Oier. cuad = slaan.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

houwe (ww.) slaan, vechten; Aajdnederlands houwon <901-1000> < Aokens hauen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

houwen ‘slaan, afhakken’ -> Papiaments † houw ‘slaan, afhakken’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

houwen* slaan, afhakken 1260-1280 [CG II1 Wrake R.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut