Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

houvast - (datgene waaraan men iets vast kan houden)

Etymologische (standaard)werken

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

houvast znw. o., laat-mnl. houvast ‘ijzeren kram’, bij Kiliaen houdvast ‘kram; gierigaard’, dus gevormd met de imper. van het ww. houden (zoals sladood).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

houvast znw., gew. o. Kil. houdvast en laat-mnl. houvast “ijzeren kram”, oudnnl., o.a. Kil., ook hou(d)vast m. “gierigaard”. Een formatie als sladood.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

hou vast ‘uitroep: laat niet los!, stop!’ -> Engels avast ‘uitroep: stop!, hou op!’; Deens † hovast, håvast ‘uitroep: stop!, halt!’; Deens vast ‘uitroep: stop!, halt!, (scheepvaart) stop met het binnenhalen van de lijn!’ .

houvast ‘iets waaraan men een zaak kan vasthouden, balkhaak’ -> Engels holdfast ‘balkhaak, kram’; Zweeds † hoffast ‘kram; klemhaak’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut