Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hospitium - (liefdadigheidstehuis, herstellingsoord)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

hospitium zn. ‘liefdadigheidstehuis, herstellingsoord’
Nnl. hospitium ‘gastenverblijf in een klooster’ [1774; WNT zinnelijkheid], hospice ‘klooster dat noodlijdenden of anderszins hulpbehoevenden onderdak biedt’ in weeze-kinders,... opgequeekt in een hospice te Gend [18e eeuw; WNT kulder], hospitium, hospice ‘klooster (of andere charitatieve instelling) dat religieuzen of doortrekkende reizigers tijdelijk onderdak biedt’ [1847; Kramers], hospies, hospitium “gesticht, waarin ouden van dagen of zieke kinderen verpleegd worden” [1912; Koenen], “naam van liefdadigheidsgestichten of tehuizen” [1923; Koenen].
Ontleend aan middeleeuws Latijn hospitium ‘gastenverblijf in een klooster’, ontwikkeld uit de klassiek-Latijnse betekenis ‘gastvrijheid; gastvrije verblijfplaats’. Het woord is een afleiding van hospes ‘gastheer’, zie → hospita. De vorm hospice is ontleend via het Frans, maar zie ook → hospice.
Oude en bekende hospitiums zijn die op de Alpenpassen, bijv. het Grote Sint-Bernardhospitium op de Mont-Joux in Zwitserland. In sommige hospitiums of hospices konden ook zieken of anderszins hulpbehoevenden terecht, en zo konden ook zelfstandige betekenissen als ‘herstellingsoord’, ‘liefdadigheidsgesticht’ of ‘bejaardenhuis’ ontstaan. Hospitium en hospice betekenen in het Nederlands oorspr. ongeveer hetzelfde, maar hospice vindt men vooral in België.
Een zeer eufemistisch gebruik heeft het woord in Nederland in de naam grenshospitium [1993; Jansen/Roza] voor een opvangcentrum voor kansloze of uitgeprocedeerde asielzoekers.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

hospitium [gastverblijf] {1901-1925} < latijn hospitium [gastvriendschap, gastvrije ontvangst, gastvrij onderdak, nachtverblijf, logies], van hospes (2e nv. hospitis) (vgl. hospes).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

hospitium (Latijn hospitium)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

hospitium gastverblijf 1847 [Aanv WNT] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut