Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hospita - (kostvrouw)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

hospita zn. (NN) ‘kostvrouw’
Vnnl. hospita ‘kostvrouw’ [1646; WNT wen II].
Ontleend aan Latijn hospita ‘gastvrouw’, vrouwelijke vorm bij hospes ‘gastheer, waard’; hospes moet zijn ontstaan uit ouder *hospos en is gevormd uit twee pie. stammen: *ghosti- ‘gast, vreemdeling’, waarbij bijv. Latijn hostis ‘vijand’, zie verder het eveneens verwante → gast, en *poti- ‘heer, meester’, zie → despoot.
Latijn *hospos is verwant met Oudkerkslavisch gospodĭ ‘heer’ (Russisch gospodín). Latijn hospes (genitief hospitis) heeft geleid tot Frans hôte, Italiaans ospite, Spaans huésped, Portugees hospede en Roemeens oaspete.
Naast de oorspr. betekenis ‘gastheer’, heeft Latijn hospes ook de betekenis ‘gast’, wellicht onder invloed van Latijn hostis ‘vreemdeling’ (later vernauwd tot ‘vijand’); deze dubbelzinnige betekenis bestaat gedeeltelijk ook in de moderne Romaanse talen. In de Nederlandse woorden die uiteindelijk op Latijn hospes teruggaan, staat evenwel altijd de betekenis ‘gastheer(schap)’ centraal; zie → hospitaal, → hotel, → hospiteren, → hospitium, → hospice, → hostel en → hostess.
hospes zn. (NN) ‘kostbaas’. Vnnl. hospes ‘waard’ [1650; Hofman], ‘man bij wie men (i.h.b. studenten) een kamer huurt’ [1692; WNT]. Ontleend aan Latijn hospes ‘gastheer, waard’, zie boven. Hospes en hospita zijn ongewoon in België; in Vlaamse studententaal zijn de samenstellingen kotbaas en kotbazin gebruikelijker, met daarin een eerste lid → kot in de BN betekenis ‘studentenkamer’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

hospita [kostjuffrouw] {1646} < latijn hospita [gastvrouw, waardin, gast(vriendin)], vr. van hospes (2e nv. hospitis) (vgl. hospes).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

hospita (Latijn hospita)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

hospita kostjuffrouw 1646 [WNT wen II] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut