Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

horreur - (iets afschuwwekkends, gruwelijke zaak)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

horreur zn. ‘iets afschuwwekkends, gruwelijke zaak’
Vnnl. horreur ‘afschuw, afgrijzen’ [1553; van den Werve]; nnl. ‘iets afschuwwekkends’ [1841; WNT Aanv.].
Via Frans horreur ‘afschuw, afgrijzen’ [ca. 1170; Rey], later bij overdracht ‘iets afschuwwekkends’ [1587; Rey], ontleend aan Latijn horror ‘huivering, schrik, afgrijzen’, afleiding van horrēre ‘huiveren’, oorspr. ‘stijf omhoogstaan, verstijfd zijn’. Hetzelfde woord is in de Latijnse vorm als → horror ontleend aan het Engels, en zie ook → horribel.
Het Latijnse werkwoord is verwant met Sanskrit hrṣyati ‘hij verstart’, bij de wortel pie. hers- ‘verstijven’ (IEW 445).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

horreur [afschuw] {1650} < frans horreur < latijn horror (vgl. horror).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

horreur afschuw 1650 [MEY] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal