Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hormoon - (in het lichaam geproduceerde regulerende stof)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

hormoon zn. ‘in het lichaam geproduceerde regulerende stof’
Nnl. hormon ‘in het lichaam gevormde stof met regelende werking’ [1912; Kramers], hormonen (mv.) [1914; van Dale].
Internationaal wetenschappelijk neologisme, in 1904 als Engels hormone ingevoerd door de Britse geneeskundigen Ernest Henry Starling en William Maddock Bayliss, op basis van het Griekse woord hormõn ‘het in beweging brengende’, vanwege de eigenschap van hormonen om te dienen als signaal voor bepaalde organen om een bepaalde actie uit te voeren. Het Griekse woord is het teg.deelw. van hormãn ‘(zich) in beweging brengen’, afleiding van hormḗ ‘aandrift, prikkel’, waarvan de verdere herkomst onzeker is.
In 1902 ontdekte het tweetal dat de dunnedarmwand een stof afscheidt die de alvleesklier aanstuurt. Deze stof noemden zij toen secretin (bij Latijn secretio ‘afscheiding’); hormone werd de verzamelnaam voor alle stoffen met een gelijksoortige functie.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

hormoon, hormon [inwendig afgescheiden stof] {1901-1925} < engels hormone < grieks hormōn, teg. deelw. van horman [zich in beweging zetten, in beweging brengen], van hormè [aandrang], verwant met iers serth [rooftocht], lets sirt [invallen doen], oudindisch sarati [hij snelt, stormt] (vgl. serum).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

hormonen znw. mv. v. ‘stoffen afgescheiden door bepaalde klieren, die prikkelend of remmend op de werking van bepaalde organen werken’ < ne. hormone (ontdekt in 1905 door Starling en genoemd naar het gr. woord hormáo ‘aandrijven’).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

hormoon s.nw.
Chemiese stof wat deur o.a. die buislose kliere afgeskei word, met die bloedstroom langs beweeg en die verwyderde organe beïnvloed.
Uit Eng. hormone (1905).
Eng. hormone uit Grieks hormon, met lg. uit horman 'in beweging bring'. Die stof word so genoem omdat dit 'n bepaalde reaksie in die liggaam aan die gang sit.
Ndl. hormoon (1912).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

hormoon (Engels hormone)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

hormoon ‘inwendig afgescheiden stof’ -> Indonesisch hormon ‘inwendig afgescheiden stof’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

hormoon inwendig afgescheiden stof 1912 [KKU] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut