Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

horde - (bende)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

horde 2 zn. ‘woeste bende’
Vnnl. horde ‘troep oorlogszuchtige Aziatische nomaden’ in de wilde Tarter die met groote horden draeft ‘de wilde Tartaar die in grote troepen draaft’ [1622; WNT]; nnl. algemener ‘woeste bende’ in horden van barbaren [1822; WNT].
Een woord dat in de loop van de 16e eeuw in diverse West-Europese talen bekend werd, in het Duits al in 1429 (Kluge21), en dat uiteindelijk teruggaat op een woord uit de Turkse en Mongoolse taalgroep.
De term bestond in de vorm orda al in het Koemanisch, een Turkse ambtstaal in de 13e en 14e eeuw binnen het multi-etnische maar door Mongolen geleide khanaat van Batoe, dat in ca. 1240 aan de Beneden-Wolga was gesticht na de terugtrekking van de Mongolen uit Midden-Europa. De betekenis was ‘kamp of paleis van de khan en zijn gevolg’. Ook in het Russisch van die tijd wordt deze residentie orda genoemd. In het begin van de 17e eeuw, meer dan een eeuw na de ondergang van dit Mongoolse rijk, verschijnt in de Russische literatuur het begrip Zolotája Ordá ‘Gouden Horde’ ter aanduiding van de dan historische hoofdstad. Bij overdracht wordt later ook het hele historische rijk ermee aangeduid en raakt het begrip Gouden Horde in leenvertaling over heel Europa bekend.
Eerder al heeft het woord orda bij overdracht een betekenisuitbreiding ondergaan naar ‘het gevolg van een heerser’, ‘legerplaats’, ‘leger’ e.d. en verspreidde het zich naar het zuiden en zuidwesten over Turkse talen, Balkantalen, Oost- en West-Slavische talen (bijv. modern Turks ordu ‘leger, krijgsmacht’). Ook het middeleeuws Latijn had een woord orda ‘legerplaats’. Het laatste stukje ontleningslijn naar het Duits lijkt via het Oekraïens en het Pools te zijn gelopen. Ook de ontwikkeling tot een woord met pejoratieve betekenis lijkt in de Slavische talen te zijn begonnen; in de West-Europese talen is dat doorgezet. De toevoeging van de h- is onverklaard en wordt aan het Pools toegeschreven, vergelijk Oudpools orda, Nieuwpools horda.
Verwant met deze woorden is ook de naam Urdu van de officiële taal van Pakistan. Deze ontstond als zabån-e-urdu ‘taal van het leger’, waarmee een mengtaal werd aangeduid op basis van het lokale Hindidialect (Khariboli) met een sterk Perzisch/Turks-gekleurd lexicon, nadat de islamitische Turken in 1192 Delhi veroverden en zich daar vestigden.
Lit.: D. Ostrowski (2004), ‘Golden Horde’, in: Encyclopedia of Russian History, New York, 2, 571-573

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

horde3 [bende] {1622} < hoogduits Horde < turks ordu [kamp, leger, legioen] < tataars urdu [kamp] (vgl. Urdu).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

horde 2 znw. v. ‘nomadenstam, bende’, sedert de 17de eeuw, waarsch. over nhd. horde en verder over een Balkantaal (bulg. serv. ordija ‘leger’, roemeens orda ‘leger, legerplaats’) < turk. ordu ‘leger, legerplaats’ < tataars, urdu ‘legerplaats’ (eig. ‘wat opgeslagen is’, bij urmak ‘slaan’). Het woord kwam na de Tatareninvallen (vooral van de Gouden Horde) in de Europese talen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

horde (nomadenstam, bende), sedert de 17. eeuw. Evenals fr. du. eng. de. horde, zw. hord, it. orda, russ. ordá uit tataarsch horda “kamp”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

horde (nomadenstam, bende), is van de Balkan uit (turks ordu ‘kamp’) over Europa verbreid.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

horde 3 v. (troep), gelijk Hgd., Eng., Fr. id., It. orda, Ru. id., uit Turk. ordu = leger, van Perz. ordu = kamp, leger, Tataarsch horda = kamp.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

horde (Duits Horde)

R. Dozy (1867), Oosterlingen, verklarende lijst der Nederlandschen woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn, 's-Gravenhage

Horde
Is het Turksche oerdoe, kamp, daaronder begrepen al degenen, die met het kamp medetrekken, zooals de kooplieden, de handwerkers enz. Van daar gebruiken wij horde (de h is overtollig) in den zin van: zwervende stam Tartaren of Turken, en men doet verkeerd, als men het op andere volken, b.v. op de Arabieren, toepast. Volgens de opmerking van Pihan, was horde in ’t Fransch weinig bekend eer Voltaire het gebruikte in deze schoone verzen van zijn Orphelin de la Chine (acte I, sc. 2):
J’ai vu de ces brigands la horde hyperborée
Par des fleuves de sang se frayant une entrée
Sur les corps entassés de nos frères mourants,
Portant partout le glaive et les feux dévorants.
Waarschijnlijk is het ook hier eerst in gebruik gekomen, toen het in Frankrijk gewoon geworden was.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

horde bende 1622 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut