Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hoppen - (huppelen]

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

hop 3 tw. ter aansporing voor een springende beweging
Nnl. hop, hop hop! [1872; WNT wipperen], ook hup [ca. 1730; WNT vaatsch].
Afleiding, oorspr. gebiedende wijs, van het werkwoord hoppen, nevenvorm van huppen ‘springen’, waarvoor zie → huppelen, en dus een klanknabootsende vorming.
Er bestaan diverse uitbreidende vormen van dit tussenwerpsel, zoals hopsa, hopla [1850; WNT toom I] en varianten met aansluitend -kee en/of hup- i.p.v. hop-. Hopsa bestaat als tussenwerpsel ook in het Duits en zou daardoor beïnvloed kunnen zijn.
hoppen ww. ‘springen’. Oorspr. een gewestelijke klankvariant van huppen, maar in de moderne taal vooral met aan het (Amerikaans-)Engels ontleende betekenissen: ‘zich regelmatig verplaatsen van locatie naar locatie, van baan naar baan, etc.’, bijv. per helikopter van bietenveld naar bietenveld hoppend [1987; Volkskrant], ook frequent in samenstellingen, bijv. jobhoppen [1987; Volkskrant], eiland-hoppen [1995; Nieuwsblad van het Noorden], cursus-hoppen [1997; Volkskrant].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

hoppen* [huppelen] {1599} variant van huppen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut