Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hopman - (hoofdman, bevelhebber)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

hopman zn. ‘hoofdman, bevelhebber’
Vnnl. eerst in het mv. hooplien, waarin lien = lieden als mv. van man, in al ons hooplien ... roepen om Aeneam ‘al onze hoplieden roepen om Aeneas’ [1556; WNT], een hopman over hondert als vertaling van Latijn centurio ‘honderdman’ [1567; Nomenclator], hoop-man ‘militair hoofdman’ [1599; Kil.], hop-man ‘id.’ [1607; Kil.]; nnl. hopman “thans weer: titel bij de Burgerwacht” [1926; Koenen], ‘titel bij de padvinders’ [1929; Koenen].
Ontleend aan Duits Hauptmann ‘id.’, gevormd uit Haupt ‘hoofd’ (zie → hoofd) en Mann ‘man’ (zie → man), al vroeg volksetymologisch geassocieerd met hoop ‘troep, bende’ (bijv. een hoop soldaten).
Als officiële militaire titel is hopman reeds lang verouderd, maar het stond in het begin van de 20e eeuw nog wel vermeld in de woordenboeken. In de jaren 1920 werd de term heringevoerd binnen de Burgerwacht, inmiddels opgeheven, en bij de padvinderij, thans scouting, waar hopman ‘leider bij de verkenners’ ook nu nog bekend is.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

hopman [kapitein] {1556} < hoogduits Hauptmann.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

hopman znw. m., sedert de 16de eeuw < nhd. hauptmann.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

hopman znw., sedert de 16. eeuw. Oudnnl. ook hoopman. Uit hd. hauptmann.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

hopman m., uit Hgd. hauptmann, d.i. hoofdman.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

hopman (Duits Hauptmann)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Hopman, uit ’t Hgd. Hauptman = hoofdman, door de Duitsche huurtroepen hier ingeburgerd.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

hopman ‘kapitein’ -> Deens hopmand ‘kapitein; leider, aanvoerder’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

hopman kapitein 1556 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut