Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hop - (inham)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

hop3* [inham] {1401-1450} fries hop, oudengels hōp [droog land in moeras], oudnoors hōp [kleine bocht]; verwant met hoep(el) en heup; de grondbetekenis is ‘gebogen’.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

hop 3 ‘inham’, zoals in de Hoornse Hop. mnl. hop ‘inham’ staat abl. naast on. hōp ‘kleine bocht’, waarvoor zie: hoep.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

hop 3 n. (inham), + Fri. hop, Ags. hop, On. hóp: z. hoep.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

hop* inham 1401-1450 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut