Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

homofiel - (homoseksueel); (homoseksuele man)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

homofiel bn. ‘homoseksueel’; zn. ‘homoseksuele man’
Nnl. in de titel De betekenis van de verleiding in homofiele ontwikkelingen [1957; Picarta], ook zelfstandig gebruikt, bijv. in de officiële verenigingsnaam Nederlandse Vereniging voor Homofielen COC [1964].
Gevormd met het achtervoegsel → -fiel ‘liefhebber van’ als eufemistisch alternatief voor → homoseksueel.
Het woord werd in 1954 geïntroduceerd door het COC, dat daarmee de indruk wilde wegnemen dat het bij homoseksuelen alleen om seks zou gaan. In de volledige officiële naam van het COC is het woord echter weer verdwenen, die luidt sinds 1970 Nederlandse Vereniging tot Integratie van Homoseksualiteit COC; ook in het algemene taalgebruik heeft het homoseksueel niet kunnen verdringen. Voorzover homofiel als zn. wordt gebruikt, duidt het altijd een man aan en is het de mannelijke tegenhanger van de vrouwelijke lesbienne. Internationaal is het woord bepaald niet; voorzover het in andere talen voorkomt, bijv. Engels homophile [1960; OED], moet overname uit Nederland, bij uitstek een gidsland voor de homo-emancipatiebeweging, niet worden uitgesloten.
heterofiel zn. ‘heteroseksuele man of vrouw’. Nnl. heterofiel ‘heteroseksuele man of vrouw’ [1970; van Dale]. Als antoniem gevormd naar analogie van homofiel, maar beduidend minder frequent.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

homofiel [homoseksueel] {na 1950} gevormd van grieks homos [eender, dezelfde] + -fiel.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

homo, homofiel: (vaak voorafgegaan door vuile of vieze) homoseksueel. Homofiel werd in 1954 geïntroduceerd door het COC (de belangenvereniging van Nederlandse homofielen) om het kwalijke woord ‘seks’ te vermijden. In januari 2004 stelde de Hoge Raad der Nederlanden vast dat het beledigend is om iemand uit te maken voor homoseksueel of homofiel. Hierdoor kwam een einde aan een slepende zaak die begon in 2001, toen een wildplasser in Heerenveen de politieman die hem wilde bekeuren uitschold voor homofiel. De advocaat van de tegenpartij stelde dat homofiel een onschuldige verwijzing was naar een geaardheid die niets onbehoorlijks of strafbaars heeft. De rechtbank vond dat onzin en de Hoge Raad bevestigde dat oordeel.

Blijf van me af, vieze homo. (Maarten ’t Hart, Stenen voor een ransuil, 1971)
Ik liep door de aula en een jongen schreeuwde keihard ‘vieze, vuile homo!’ (Vrij Nederland, 15/01/2005)
Dit zijn de wedstrijden van Van Bommel; dit is zijn favoriete decor waarin Ajax-supporters voortdurend de aanvechting voelen hem te beledigen. ‘Van Bommel is homofiel’, zongen zij constant. (Algemeen Dagblad, 21/03/2005)

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

homofiel (van Grieks homo- + -philos)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

homofiel ‘homoseksueel’ -> Indonesisch homofil ‘homoseksueel’.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

klooien [prutsen, stuntelen] (1961). In 1961 verschijnt de achtste druk van het woordenboek van Van Dale onder redactie van C. Kruyskamp. Hij is de eerste die in een woordenboek onder meer de volgende woorden opneemt: afwasmachine, flut, homofiel, klooien, ongesteld (‘menstruerend’), ontiegelijk, optutten, pleuren, schnabbelen, stress, stronteigenwijs en het scheldwoord zak.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

homofiel homoseksueel 1961 [GVD]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut