Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

holocaust - (genocide; algehele vernietiging van een cultuur of volk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

holocaust zn. ‘genocide; algehele vernietiging van een cultuur of volk’
Mnl. holocaust ‘brandoffer’ in .j. outaer, daer men up brande die holocausten ‘een altaar waar men de offers op verbrandde’ [1300-50; MNW-R]; zo ook nog in de hedendaagse woordenboeken; nnl. (de) holocaust ‘massamoord op de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog’ [1979; van der Sijs 1996, 411].
Tweemaal ontleend. In de oude betekenis ‘brandoffer’ aan Laatlatijn holocaustum ‘id.’ < Grieks holókauston ‘brandoffer’, gevormd uit hólos ‘geheel’ en kaustón ‘verbrand’, een afleiding van het werkwoord kaíein ‘(ver)branden’, zie → kalm. Na de Middelnederlandse periode is dit woord buiten de woordenboeken niet meer teruggevonden. In de moderne specifieke betekenis ‘genocide op het Joodse volk in de Tweede Wereldoorlog’ is holocaust in oorsprong hetzelfde woord, maar het is ontleend via het Engels. Het Engels heeft een betekenisontwikkeling in continue lijn gehad (OED): ‘brandoffer’ [1250], ‘een zeer groot offer’ [1497], ‘massaslachting’ [1671]. De eerste Engelse attestatie voor de specifieke toepassing op de genocide door de nazi's is uit 1942, maar als begrip the Holocaust (met bepaald lidwoord) is het pas in de jaren 1950 door historici geïntroduceerd. Algemene bekendheid in Nederland en België kreeg het woord toen in 1979 op de Nederlandse televisie de Amerikaanse speelfilm Holocaust werd uitgezonden, naar het gelijknamige boek van Gerald Green uit 1978.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

holocaust [brandoffer, volkenmoord, m.n. van de joden in WO II] {holocauste [brandoffer] <1272>; de betekenis ‘volkenmoord’ na 1950} < frans holocauste < laat-latijn holocaustum [brandoffer] < grieks holokauston [idem], van holos [geheel] + kaustos [verbrand], van kaiein [in brand steken, verbranden]. De betekenis ‘volkenmoord’ geleend < engels holocaust.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

holocaust ‘brandoffer’ (Frans holocauste); ‘jodenvervolging in W.O. II’ (Engels holocaust)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

holocaust moord op het joodse volk in WO II 1966 [Aanv WNT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut