Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

holderdebolder - (bijwoord van tijd: halsoverkop)

Etymologische (standaard)werken

Michiel de Vaan (2014-2018), Addenda EWN, gepubliceerd op www.neerlandistiek.nl"

holderdebolder bw. ‘hals over kop’
Vnnl. holder de bolder [1654, ’t Kortswylige steekertie], holder de polder [1678, Het nieuwe gevondene Makrollitje ofte Clioos hernieude cyter], holder bolder [1718, De gekroonde Utrechtze vreede, of Nederlandze Vreugd Godin], holderdebolder [1726; Tuinman].
Het woord is een rijmende herhaling, waarbij de verdubbeling de intensiteit van de actie onderstreept. Het element bolder lijkt van het werkwoord bulderen ‘lawaai maken’ te komen, Vnnl. bolderen. Holder- is tot nu toe als rijmformatie opgevat, zonder inhoudelijke betekenis, maar de vraag is waarom dat rijmwoord met een h- begint en niet met een andere (of zonder) medeklinker. Mogelijk hoort holder- bij Rijnlands holdern ‘lawaai maken’, van dezelfde wortel als hollen. In dat geval is holder- dus geen fantasievorm.
In het Duitse taalgebied vinden we onder andere Nnd. hulterbulter, hullerdebulder, Vnhd. holter die polter [1691], Mohd. holterpolter. Net als in het Ned. is ook in het Duits een d ontstaan in de combinatie -lr-: Mhd. bollern, pollern ‘lawaai maken, aanvallen’ > b/poldern en uiteindelijk poltern. Het is dus op basis van de klankvorm noch op basis van de chronologie uit te maken of het Nederlands holderdebolder uit het Duits heeft ontleend of dat beide talen de combinatie onafhankelijk hebben gemaakt. Engels hurly-burly komt uit ouder hurling and burling, bij hurl ‘gooien’, en heeft dus historisch niets met holderdebolder te maken.
Tuinman vat holderdebolder op als verbastering van hol over bol. Die uitdrukking komt voor het eerst voor in 1600 als over hol over bol (Spieghel, Numa), letterlijk ‘over de holle zijde of over de bolle zijde’, ‘hoe dan ook’. Later vinden we over hol en bol. Dat kan dus vanwege de betekenis niet de directe bron zijn voor holder(de)bolder, maar het bestaan van de combinaties hol en bol, hol over bol kan wel de combinatie en/of acceptatie van holder (de) b/polder gestimuleerd hebben.
[Gepubliceerd op 07-08-2014 op Neerlandistiek.nl]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

holderdebolder* [hals over kop] {ca. 1665} klanknabootsend gevormd, vgl. bolderen en bulderen en hoogduits holterpolter, nederduits hulterbulter, deens hulter til bulter, zweeds huller om buller.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

holderdebolder met allerlei nevenvormen, zoals zuidnl. holderenbolder, holderkabolder, nnd. hulterbulter, hullerdebulder, in de 18de eeuw < nhd. holterpolter. Uit het nnd. verder de. hulter til bulter, nzw. huller om buller. — Het is een rijmformatie gevormd bij bolder, dat wij vinden in bolderwagen, zie ook: bulderen.

Dergelijke rijmwoorden zijn in verschillende talen zeer geliefd, vgl. ne. helterskelter, hurly-burly, fra. pêle-mêle. — Het dial. hollebollig ‘hobbelig’ vertoont secundaire associatie met de woorden hol en bol.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

holderdebolder bijw., zuidndl. ook holderenbolder, holderkabolder. Een onomatopoëtische rijmformatie van den bij bolderwagen en bulderen besproken verbaalstam. Vgl. hd. holter(die)polter, ndd. hulter(de)bulter, hullerdebuller (> de. hulter til bulter, zw. huller om buller), oostpruis. holl über (of und) boll, bei. koltern und poltern (ww.); dgl. rijm-onomatopoeën zijn ook eng. helterskelter “in ’t honderd, holderdebolder”, hurly-burly “lawaai”, fr. pêle-mêle, ndl. rommeldebommel enz. Holderdebolder is in sommige streken in associatie getreden met hol en bol: vgl. dial. hollebollig “hobbelig”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

holderdebolder bijw., + Hgd. holterpolter, De. hulter til bulter, een onomat. verdubbeling, gelijk hassebassen, enz. (z.d.w.); voor ingelaschte de cf. slingerdeslang.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

höl euver tröl (bijw.) hals over kop; < Rienlands holl uver troll.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

holderstebolder bw. Ook holderdebolder en soms holderbolder, holdertebolder, horrelstebolder en horrelsteborrel.
Met 'n deurmekaar, verwarde of oorhaastige beweging.
Uit Ndl. holderdebolder (1665). Ndl. holderdebolder is deur klanknabootsing gevorm en stel die geluid voor van iets wat rollend aankom of val. Ndl. bolder hou verband met bulderen 'raas, dreun', terwyl holder min of meer willekeurig gekies is om daarmee te rym. In S.Nederland kom die wisselvorme holderenbolder en holderkabolder voor. Eerste optekening in Afr. by Pannevis (1880) in die vorm holderste bolder en in Patriotwoordeboek (1902) in die vorm holderstebolder.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

holderstebolder: – holderdebolder/horrelsteborrel e.a. (WAT) – , “deurmekaar, halsoorkop”; Ndl. holderdebolder, SNdl. ook holderkabolder, vgl. Eng. helterskelter en veral hurly-burly en v. harlaboerla, wsk. almal kn.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

holderdebolder (Duits holterdiepolter)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

holderdebolder ‘halsoverkop’ -> Zweeds huller om buller ‘bijwoord: dooreen, door elkaar, schots en scheef’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

holderdebolder* bijwoord van tijd: halsoverkop 1665 [WNT]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

915. Holderdebolder,

d.w.z. in heftige, verwarde beweging, hals over kop, in verwarde haast. Vgl. Winsch. 85: Het ging'er holder de bolder, daar was groote oneenigheid, het ging'er onderste boven; Snorp. 23: Jy, en jou man die speulen altemet holder de bolder (kijven); Focquenbr. I, 7:

't Kooren loopt 'er heen
En rolt als Turf holder de bolder
Door 't gat ter zaal uit naar beneên.

Ook in Duitsche dialecten holterdipolter, holderdibolderdi, holtertipolterti, huller de boller, hulter de bulter; zweedsch huller om buller; deensch hulter til bulter; vgl. ook eng. hurly-burly, geraas, geweld; nhd. hurli-burli, hals over kop, als uitdrukkingen voor een grof onstuimig geweld of geraas. Volgens Franck-v. Wijk, 257 eene klanknabootsende rijmformatie van den verbaalstam, waarvan ook bulderen is afgeleid. Zie de Jager, Frequentatieven II, 1201; Ndl. Wdb. VI, 878; Halma, 222: Holder de bolder, hol over bol, sens dessus dessous; Molema, 163 a; 525; b: henterdiplenterdi; 144 a: halterkwalter (eng. helterskelter naast harum scarum); Teirl. II, 54: holderdebolder(e); hoeterdekoeter (Joos, 48); De Bo, i.v. hak; Waasch Idiot. 292 b en Antw. Idiot. 567: holderdebolder, holder en bolder, holderkabolder; 't Daghet XI, 35: hats-klavats; hd. holterpolter; nd. holl de boll (Reuter, 49); Waasch Idiot. 283 b: heisterdeweister; hesterdewester; hompeldepompel; De Bo, 434: holsbols, enz.; fri. holderdebolder, in verwarring, in wanorde; ook als znw. bulderaar; holje-boldje, hevig golven van de zee.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal