Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hokken - (haperen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

hokken 2 ww. ‘haperen’
Nnl. hokken ‘haperen, stokken’ in de betaling (soude) gehokt hebben [1780; WNT] en bijv. het gesprek hokte [1865; WNT].
Herkomst onduidelijk. Wegens het bestaan van het synonieme en rijmende woord → stokken, dat aan het Duits is ontleend, veronderstelt men wel samenhang daarmee (NEW, Toll.). Stokken is in die betekenis echter jonger. Wrsch. is hokken niets meer dan een overdrachtelijke afleiding van → hok, waarbij men moet denken aan ‘in hokken, in stukken verdelen’. Men denkt ook wel aan een nevenvorm van → hakken en vergelijkt dan Nieuwzweeds hacka ‘haperen’, Nieuwnoors hakke ‘haperen, hakkelen’, beide naast de betekenis ‘hakken’. In het Nederlands kwam en komt hakken echter niet in overdrachtelijke betekenissen voor. Dat is wel het geval bij → hakkelen, maar bij dat woord zou men dan als nevenvorm eerder *hokkelen verwachten.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

hokken ww. ‘haperen’, zal wel een laat-nnl. afl. van hok 1 zijn en onder invloed staan van het oudere stokken.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

hokken (haperen). Jonger-nnl., wellicht onder invloed van stokken opgekomen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut