Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hoeve - (boerderij)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

hoeve zn. ‘boerderij’
Onl. als nederlandisme in Latijnse oorkonden: hoba ‘stuk land, landmaat’ [889; Slicher van Bath], houva [ca. 1085; id.]; mnl. huue ‘boerenwoning’ [1240; Bern.], hoeuen (mv.) ‘boerenwoningen met land’ [1297; CG I, 2417].
Alleen continentaal West-Germaans: os. hōƀa (mnd. hove); ohd. huoba (nhd. Hufe (oorspr. Middelduits), gewestelijk ook Hube); < pgm. *hōba-. Misschien hoort hier ook bij: ozw. hoper, hop ‘bebouwde grond buiten het dorp’.
Verdere etymologie onzeker. Buiten het Germaans wellicht verwant met: Grieks kẽpos (Dorisch kãpos) ‘tuin’; Albanees kopsht ‘id.’; bij de wortel pie. *keh2p-. In dat geval ook verwant met → hebben en de aldaar genoemde woorden. Ook substraatherkomst behoort tot de mogelijkheden (Boutkan/Siebinga 2005), zie → hof.
De betekenis van bovengenoemde Duitse woorden is van oudsher altijd ‘landmaat, stuk grond’. Zonder twijfel is dat dus de oorspr. betekenis en is de huidige Nederlandse hier door overdracht van afgeleid, wrsch. mede onder invloed van het woord → hof dat er in vorm en betekenis op lijkt. De toonloze -e aan het woordeinde is, in tegenstelling tot bij de meeste andere woorden, in het Nieuwnederlands niet weggevallen, om homonymie met → hoef te vermijden. Dialectisch is de vorm hoef echter wel geattesteerd.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

hoeve* [boerderij] {ho(e)ve, hoef [stuk land van een bepaalde grootte, hofstede] 1275} oudsaksisch hoƀa, oudhoogduits huoba; buiten het germ. grieks kèpos [omheind stuk land, boomgaard, domein].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

hoeve znw. v., hoeve ‘landstuk van bepaalde grootte, hofstede’, os. hōƀa, ohd. huoba ‘landstuk van bepaalde grootte’. — Het enige buiten germaanse verwante woord is gr. kē̃pos, dor. kā̃pos ‘tuin’ (IEW 529). Verdere verbindingen zijn volkomen onzeker; het is opmerkelijk dat dit erfwoord slechts in een zo beperkt deel van het germaanse gebied bewaard gebleven is.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

hoef 2, hoeve v. (hofstede), Mnl. hoeve, Os. hôƀa + Ohd. huoba (Mhd. huobe, Nhd. hube): niet buiten het Germ. van het vasteland + Gr. kēpos = hof; z. gehucht. Hieruit Fr. hobereau.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetensckap en Kuns

hoewe: bep. stuk landbou- en woongrond; Ndl. hoeve (Mnl. hoeve), Hd. hube/hufe, verb. m. Gr. kêpos, Dor. kapos, “tuin”.

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

hoeve 'stuk land van een bepaalde grootte', later ook 'boerderij met grondstuk'
Onl. hoba, houva 'stuk land, vlaktemaat', mnl. huue 'boerenwoning', os. hôb&ha, ohd. huoba 'stuk land van een bepaalde grootte'. Een hoeve was een perceel van een bepaalde grootte (veelal 16 morgen, 13,6 hectare), eigenlijk een stuk land dat groot genoeg was om een gezin te onderhouden, waaruit zich na 1400 de moderne betekenis 'boerderij met grondstuk' ontwikkelde. Bij de ontginning van de Hollands-Utrechtse laagvlakte groef men ter ontwatering van het veen vanuit een ontginningsbasis (een weg of dijk langs een water) op gelijke afstand van elkaar (meestal 30 roeden, ca. 110 meter) een aantal evenwijdige sloten. De verkavelingseenheid tussen deze sloten noemde men een hoeve en iedere kolonist kreeg zo'n hoeve ter ontginning. De achtergrens van een hoeve was variabel en lag in de periode van de systematische ontginningen doorgaans tussen de 6 en 12 voorling (ca. 1275 - ca. 2550 meter). Hoeven komt in Brabant voor als aanduiding van een vanuit elders ondernomen ontginning, vergelijk → Oisterwijkse_Hoeven.
Oudste attestaties in plaatsnamen: 1085 vervalst ca. 1200 Quadraginta houvas 'veertig hoeven' (oude naam van → Wilnis)1, 1235 Curtenhoven (→ Kortenhoef)2.
Lit. 1Künzel e.a. 1989 294, 2OSU 882.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

hoeve* boerderij 0889 [Slicher]

Hosted by Meertens Instituut