Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hoest - (plotselinge luchtuitstoting door prikkeling van de luchtwegen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

hoest zn. ‘plotselinge luchtuitstoting door prikkeling van de luchtwegen’
Mnl. des huostes (genitief) ‘van de hoest’ [1253; CG II, Gez.reg.], hem quam an een oest so grod, dat hi begerde die dod ‘hij moest zo hard hoesten dat hij liever doodging’ [1285; CG II, Rijmb.].
Mnd. hōste; ohd. huosto, huosta (nhd. Husten); oe. hwōsta; on. hósti (nzw. hosta); < pgm. *hwōsta-; daarnaast de werkwoorden: mnd. hōsten; ohd. huostōn (nhd. husten); oe. hwōstan; on. hósta (nzw. hosta); < pgm. *hwōstan-. Voor de overgang *hw- > h- zie → hoe.
Verwant met Sanskrit kāsā- ‘hoest’; Litouws kosulys ‘hoest’; Russisch kášel' ‘hoest’; Middeliers cosachtach ‘hoest’; < pie. *kweh2s- (IEW 649), wrsch. oorspr. een hoestnabootsend klankwoord.
hoesten ww. ‘een hoest uitstoten’. Mnl. hoesten ‘id.’ [1290; CG II, En.Cod.]. Afleiding van hoest.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

hoest* [uitstoting van lucht met keelgeluid] {hoest(e) 1253} middelnederduits hōste, oudhoogduits huosto, oudengels hwōsta, oudnoors hōsti; buiten het germ. oudiers cossachtach, cassachtach [het hoesten], welsh pas [kinkhoest], russisch kašel' [hoest], litouws kosėti [hoesten], oudindisch kāsate [hij hoest].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

hoest znw. m., mnl. hoest(e) m. v., mnd. hōste m., ohd. huosto m. (nhd. husten), huosta v., oe. hwōsta m., on. hōsti m. — Daarvan afgeleid hoesten ww., mnl. hoesten, mnd. hōsten, ohd. huostōn, oe. hwōstan, on. hōsta ‘hoesten’. — oi. kāsate ‘hoesten’, russ. kašǝlĭ ‘hoest’, lit. kósiu, kóseti ‘hoesten’, mir. cassacht(ach) ‘hoest’ (IEW 649) van idg. wt. *kās.

Misschien is er verband met mordw. koz, syrjeens kiz, ostjaaks χūt ‘hoest’ (Paasonen FUF 7, 1907, 27). Men kan hier denken aan analoge expressieve klankverbindingen, die het geluid van het hoesten willen weergeven.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

hoest znw., mnl. hoest(e) m. v. = ohd. huosto (nhd. husten) m., huosta v., mnd. hôste m., ags. hwôsta m., on. hôsti m. “hoest”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

hoest. In pl.v. ags. *hwæ̂san, *hwêsan moet wsch. hwôsan worden gelezen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

hoest m., Mnl. id. + Ohd. huosto (Mhd. huoste, Nhd. husten), Ags. hwósta (Eng. whoost), On. hósti (Zw. hosta, De. hoste); voorts Ags. hwésan (Eng. to wheeze), On. hvæ'sa = kuchen: Germ. wtr. hwōs + Skr. wtr. kas = hoesten, Oier. casad, Osl. kasĭlĭ, = hoest, Lit. kosulỹs, verder Lat. queror = klagen (een heesch geluid uitbrengen): Idg. wrt. qōs, qas.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

hoos (zn.) hoest; Vreugmiddelnederlands hust <1253>.

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

hoes ww.
1. Skielike uitstoting van ingeasemde lug wat met 'n effense plofgeluid gepaardgaan. 2. (geselstaal) Betaal, opdok.
In bet. 1 uit Ndl. hoest (al Mnl.). Bet. 2 is wsk. 'n leenbetekenis van Eng. cough up (1894) 'betaal'.
Om te betaal of op te dok word wsk. so genoem omdat die geld, soos die hoes, met ongemak en moeite voortgebring word.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

hoest* uitstoting van lucht met keelgeluid 1253 [CG II1 Gezondh.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut