Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hoerenkind - (kind van een prostituee)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

hoerenkind: onwettig kind; bastaard. Eigenlijk: het kind bij een hoer of uit hoererij verkregen. Het scheldwoord werd vroeger vaak in kluchten opgetekend. Een bekend spreekwoord (o.a. bij Harrebomée) is: ‘Je dochters zijn hoerenkinderen!’ Het wordt gezegd wanneer iemand ‘ik docht’ zei, hetgeen beschouwd werd als onwelvoeglijk. Ook in het Duits: Hurenkind; Spaans: hijo de puta. Volgens Herbert Pfeiffer golden onwettige kinderen of kinderen van prostituees destijds als ‘door het geluk begunstigd’. Hij verwijst naar het spreekwoord ‘Dem Hurenkind den Daumen drücken, ist besser als die Mutter ficken’.

Hoerenkint, Dye van een ghemeyne hoere gheboren is, ende daermen geenen sekeren vader af en weet. (Dict. Tetragl, 1562, geciteerd in het WNT)
Maar bovendien – en dit is de tweede oorzaak – de inlander ziet in den Indo slechts den bastaard; de Indo is voor hem ‘anak soendal‘, (hoerekind), het voor den Indo meest grievende, want zijn moeder beleedigend, scheldwoord. (De Groene Amsterdammer, 07/01/1922)
Ik kreeg vijf cent en de ijscoman deed er limonade op en de hele straat keek hoe dat hoerenkind met die grote ijsco liep. (Jan Arends, Ik had een strohoed en een wandelstok, 1974)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal