Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

Hoek - (geografische naam)

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

Hoek1 (Bergeijk, NB)
1838-1857 De Hoek1, 1869 Hoek2, 1973 Hoek3; hoek 'scherpe of uitspringende bocht' in de weg van Bergeijk naar Schaft.
Lit. 1GHAN 4 99, 2Kuyper Bergeijk, 3GTAN 4 99.

Hoek2 (Beuningen, Gl)
1986 Hoek1; Naar een hoek 'scherpe of uitspringende bocht' in de Waaldijk tussen Deest en Winssen.
Lit. 1GTAN 3 111.

Hoek3 (Leeuwarden, Fr)
1426 dien Hoeck1, 1435 inra Hoke1, 1440 vppa Hoecke1; Naar de ligging op een hoek 'scherpe of uitspringende bocht' ten opzichte van het centrum.
Lit. 1Naamkunde 19 (1987) 111.

Hoek4 (Leudal, Lb)
1838-1857 den Hoeck1; hoek '(afgelegen) plaats'.
Lit. 1GHAN 4 103.

Hoek5 (Terneuzen, Zl)
Uitspraak: d'n noek. 1664 kopie 1679 den Houck1, 1747 den Hoek2, 1773 den Hoek3, 1810 Den Hoek4; hoek 'scherpe of uitspringende bocht', naar de ligging op de kruising van drie dijken. Het dijkdorp ontstond op het eind van de 16e eeuw, toen bewoners hun in verband met de Nederlandse Opstand geïnundeerde huizen herbouwden op de hellingen van de dijken.
Lit. 1NIK 91, 2krt Tirion, 3krt Sepp 2, 4krt postroutes.

Hoek6 (Valkenswaard, NB)
1838-1857 De Hoek1, 1865 Hoek2; Naar de ligging in een hoek 'scherpe of uitspringende bocht' van de weg.
Lit. 1GHAN 4 99, 2Kuyper Borkel en Schaft.

De Hoek (Reusel-De Mierden, NB)
1838-1857 De Hoek1, 1981 De Hoek2; hoek 'scherpe of uitspringende bocht, knik' van de dijk.
Lit. 1GHAN 4 97, 2GTAN 4 97.

Den Hoek1 (Gilze en Rijen, NB)
1838-1857 De Hoek1, 1843 Den Hoek2, 1869 Hoek3, 1981 Den Hoek4; Bij de hoek 'scherpe of uitspringende bocht, knik' van de weg.
Lit. 1GHAN 4 36, 2Van der Aa 4 581, 3Kuyper Gilze en Rijen, 4GTAN 4 36.

Den Hoek2 (Sint Anthonis, NB)
1899 Hoek (De)1, 1978 Den Hoek2; Zie → Den_Hoek1.
Lit. 1Pott 77, 2GTAN 4 42.

Hosted by Meertens Instituut