Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hoe - (op welke wijze)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

hoe bw. ‘op welke wijze’, ‘met welke naam’, ‘om welke reden’, ‘in welke zin’, ‘in welke mate’, ‘in gelijke mate’
Onl. huo ‘op welke wijze’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. huo ‘op welke wijze’ [1236; CG I, 23], meestal al hoe [1254; CG I, 60].
Os. hwō, hwuo, (mnd. , ); ohd. wuo; ofri. , ; oe. (ne. how); < pgm. *hwō, oorspr. wrsch. een instrumentalis van de stam *hwa-. Vergelijkbare vormen zijn daarnaast: os. hwī; oe. hwī (ne. why ‘waarom’); on. hví ‘hoe, waarom’ (nde. hvi); < pgm. *hwī. En ohd. hwē, (h)wēo, (h)weo, (h)wio, (h)wie (nhd. wie); got. hwē; < pgm. *hwē(-).
Pgm. *hwa- gaat terug op een adjectivische stam pie. *kwo-, waarbij ook horen: Sanskrit ká-ḥ ‘een of ander’; Avestisch ‘wie’; Litouws kas ‘wat, welk’; Oudiers nech ‘niemand’; Armeens o ‘wie’. Bij de intrumentalis pgm. *hwō < pie. *kwoh1 horen o.a. Grieks põs ‘hoe’; Avestisch ‘hoe’. Hiernaast komen ook de stammen pie. *kwe- en *kwi- voor, eveneens met instrumentalisvormen, die dus alle kunnen betekenen ‘waardoor, waarom, hoe’: voor *kweh1 gaf dat o.a. pgm. *hwē; en voor *kwih1: pgm. *hwī en Latijn quī.
In anlautpositie verloor Proto-Germaans *hw- in het Nederlands voor geronde klinkers het labiale element w en voor ongeronde klinkers het velare element h. Dat verklaart het bestaan van hoe naast alle andere vragende voornaamwoorden met w- (→ wat, → wie enz.).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

hoe* [op welke wijze] {oudnederlands huo 901-1000, middelnederlands hoe} oudsaksisch huo, hwo, identiek met middelnederlands, oudsaksisch, oudfries, oudengels hu (engels how), waarnaast ablautend oudsaksisch, oudengels hwi (engels why), oudnoors hví, gotisch hwe; waarschijnlijk buiten het germ. te verbinden met latijn quo [waarheen], grieks oupō [nog niet], pōpote [ooit].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

hoe bijw., mnl. hoe, onfrank. huō, os. hwō, huo, owfri. evenzo: mnl. os. ofri., oe. (ne. how), ozw. , waarvan de û wel uit ô zal zijn ontstaan. — lat. quō (abl.) ‘waarheen’, gr. , ‘hoe dan ook’, vormen van het pronomen idg. *ko: ke (IEW 644-5). — Een vorm met ē is got. hwē ‘waarmee’, on. hvē ‘hoe, waarom’. Met de instr. *ki zijn te verbinden os. oe. hwī (ne. why), on. hvī ‘hoe, waarom?’ In het zuidduitse taalgebied heerst de vorm wie < ohd. wio < hwio, hweo, maar het was ook bekend in mnl. wie; deze vormen zal men wel op *hwē moeten herleiden, terwijl got. hwaiwa anders te beoordelen zal zijn: met een suffix -wa gevormd van hwai = olat. quoi (eig. locatief) op Duenos-inscriptie. — Oost-mnl. woe (nog Achterh.) beantwoordt aan mnd. , , dat op *hwō zal teruggaan (en niet alleen als compromisvorm van hoe en nhd. wie zal zijn te beschouwen).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

hoe bijw., mnl. hoe. = onfr. huo, os. hwô, huo, owfri. “hoe”, waarmee mnl. os. ofri. ags. (eng. how), ozw. hû- “hoe” identisch is (voor < vgl. -î < -ê in hij en mnl. bedî = got. biþe; minder wsch. is met kymr. cw “vanwaar”, lat. ne-cu-ter “geen van beiden”, kret. ó-pui “waarheen”, obg. kŭ-de “waar”, alb. kur “toen”, oi. ku-ha “waar”, met idg. u-vocalisme, direct gecombineerd): germ. *χwô, instrumentalis van den stam *χwa-, idg. *qo-; zie wie. Voor den dial. wegval van w vgl. hoest. Met ablaut germ. *χwê, got. hwe, os. ags. hwî (eng. why), on. hvî. *χwô is misschien = gr. in oúpō “nog niet”, pṓpote “ooit”, dan is *χwê = lak. in pḗpoka “ooit”; ook lat. quô “waarheen” kan hierbij hooren: maar de oorspr. uitgang van deze gr.-lat. vormen is niet vast te stellen. Voor een formatie evenals hoe zie toen.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

hoe. Vooral oostmnl. is woe (nog Achterh.) = mnd. , . Onder invloed van hd. wie wint deze vorm sedert de 2e helft der 14e eeuw veld in gelderse oorkonden, maar mag daarom niet uitsluitend als compromisproduct van hd. wie en mnl. hoe worden beschouwd. (Tille Spr. d. Urk. Geld. 202 vlg.; Holmberg Best. d’Am. 120 vlgg.). In hoeverre er grond is om ten dele in dit woe een kruising te zien van mnl. hoe en mnl. (niet uitsluitend oostmnl.) wie ‘hoe’, is wegens de onzekerheid omtrent de vroegere geografie der vormen niet uit te maken. Dit mnl. wie = ohd. hweo, hwio (nhd. wie) ‘hoe’, dat formeel dicht staat bij of identisch is met got. hwaiwa ‘id.’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

hoe bijw., Mnl. id., Onfra. huo, Os. hwó + Ohd. wuo, Ags. (Eng. how), Ofri. : staat tot wie als doe (z. toen) tot die; het Go. zei ƕe, ƕaiwa, On. hví, Ohd. hweo, wio (Mhd. en Nhd. wie): alle van den stam van wie. Waar de w met de u of o samensmolt, moest de h niet wegvallen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

hoe vw., (ook.) zoals. Hoe die man daar staat! - Etym.: Het gebruik is gelijk aan dat van S fa.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

hoe ‘bijwoord van hoedanigheid: op welke wijze’ -> Negerhollands hoe, ho, hue ‘bijwoord van hoedanigheid: op welke wijze’; Berbice-Nederlands ho ‘bijwoord van hoedanigheid: op welke wijze’; Skepi-Nederlands hosmetju ‘hoe is het met je, hoe gaat het’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

hoe* bijwoord van hoedanigheid: op welke wijze 0901-1000 [WPs]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut