Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hitsig - (vurig, wulps)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

hitsig bn. ‘vurig, wulps’
Mnl. hitsich, hitsig ‘hartstochtelijk, onstuimig’ in eene hitzige begeeringe ende eene bornende minne ‘een hartstochtelijke begeerte en een brandende liefde’ [1442; MNHWS]; vnnl. hitsich ‘hartstochtelijk, onstuimig’ [1569; Dasypodius], ‘sterk geneigd tot paringsdrift’, in de Wijfkens (van fretten) sijn hitsigh [1605; WNT zwellen I], een hitsig wijf [1620; WNT], ritsich of hitsich zijn “(Frans) demander le masle comme la chienne chaude” (‘het mannetje opeisen als de geile teef’) [1618; WNT ritsig], ook met -z- hitzig ‘vurig, hevig’ in eene hitzighe koortz [1654; WNT wijzen], hitzige Kranckheden [1659; WNT visch]; nnl. hitsich bloet [1728; WNT punt], ook nog met -z-, in hoe brandiger en hitziger de zieke gal is [1722; WNT wandeling], hitzige zweeren [1773; WNT].
Ontleend aan Duits hitzig ‘vurig’, het Hoogduitse equivalent van Nederlands (vero.) hittig ‘id.’, afleiding van → hitte.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

hitsig [vurig] {hitsich [heet] 1442} < hoogduits hitzig, van Hitze, verwant met hitte.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

hitsig bnw. ‘zeer vurig; wulps’, in de 17de eeuw < nhd. hitzig, een oude afl. van hitze, evenals mnl. hittich ‘heet, vurig, hartstochtelijk, boos’ van hitte. — Dit woord hitze is ook overgenomen, zo oudnnl. hits ‘vurig’, vla. hitsbloedig ‘driftig’, hitselen ‘boos worden’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

hitsig bnw., sedert de 17. eeuw. Uit hd. hitzig, een (reeds ohd.) afl. van hitze v. = ndl. hitte en dus formeel = mnl. hittich “heet, vurig, hartstochtelijk, boos”, dat dial. nog bestaat. Evenzoo is in ndl. diall. hd. hitze als hits overgenomen; vgl. ook oudnnl. hits “vurig”, vla. hitsbloedig “driftig”, hitselen “boos worden”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

hitsig bijv., uit Hgd. hitzig, bijv. van hitze = hitte (z.d.w.).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

hitsig (Duits hitzig)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

hitsig vurig 1442 [HWS] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut