Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hitparade - (succesnummer)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

hit zn. ‘succesnummer’
Nnl. een aantal Amerikaansche liederen en populaire hits [1924; WNT Aanv.], hit [1951; de Vooys].
Ontleend aan Engels hit ‘id.’ [1908; OED], eerder al ‘succesvolle actie of uitvoering in het algemeen’ [1811; OED], dat als specifieke betekenis is ontwikkeld uit hit ‘(rake) slag, klap’ [1598; OED], afleiding van het werkwoord hit ‘raken, slaan’. De betekenis is vergelijkbaar met die van Nederlands voltreffer en met de uitdrukking een slag slaan ‘voordeel behalen door een actie op het juiste moment’.
Ne. hit gaat terug op oe. hyttan, ontleend aan on. hitta ‘raken; ontmoeten’ (nzw. hitta ‘vinden’, nde. hitte ‘raken; vinden’); < pgm. *hitjan-.
Verdere etymologie onzeker. Mogelijk verwant met Welsh cwyddo ‘vallen’ en Sanskrit śīyate ‘hij valt’; bij de pie. *ḱ(e)i-(d(h)e-); of met → scheiden, maar dan is het betekenisverband onduidelijk.
De vindplaats van 1924 staat geïsoleerd; echt gebruikelijk wordt hit pas na de Tweede Wereldoorlog, met het doorbreken van Anglo-Amerikaanse amusementsmuziek. Eerder was → schlager gebruikelijker. Het eerste woordenboek dat hit opneemt, is Koenen 1960.
Als moderne herontlening ook hit ‘vindplaats op internet’.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

dienstweigeraar [iemand die weigert aan zijn militaire verplichtingen te voldoen] (1970). R.G. Broersma publiceert Recht voor z’n raap. Jargonboek voor hippe en andere vogels, met veel neologismen op het gebied van seks, drugs en rock-’n-roll, en politiek. Onder meer het woord dienstweigeraar is opgenomen, voor iemand die weigert aan zijn militaire verplichtingen te voldoen. Andere voorbeelden op het gebied van de politiek: actiecomité, actiegroep, actieprogram, activist, consumptiemaatschappij, cultuurpessimist, drop-out, flowerpower, langharig werkschuw tuig, love-in, omturnen, skinhead, vormingsleider, workshop. Op het gebied van seks: bondage, condoomautomaat, dildo, glijmiddel, groepsseks, partnerruil, pot (‘lesbienne’), prikpil, rampetampen, sadomasochisme, spiraaltje. Op het gebied van drugs: amfetamine, bewustzijnsverruimend middel, blowen, chinezen, clean, dealer, dopen, doping, drugs, druggebruiker, flippen, geestverruimende middelen, hasjroker, joint, junkie, lsd-trip, pot, psychedelica, weed. Muziektermen: alarmschijf, diskjockey, folk-rock, folksong, hitparade, piratenzender, popster, tieneridool.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

hitparade overzicht van de best verkochte muzieknummers 1956 [Enc. van de muziek] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut