Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hil - (hoogte)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

hil zn. ‘hoogte’
Onl. hil ‘heuvel’ in de plaatsnaam Wolfs hil ‘onbekende plaats in Zeeland’ [1188; Künzel] en in de persoonsnaam [E]rcamboud de Hilla [1120; Debrabandere 2003]; mnl. in de plaatsnaam Stalhille ‘bij Brugge, West-Vlaanderen’ [1247; De Flou], in de toenaam Johannes de Hille [1267; Debrabandere 2003], dan hille ‘heuvel’ [1269; CG I, 141]; vnnl. over hil of over klip [1632; WNT]; nnl. de Vuurbakens ... staande op de Hillen in de Duinen [1744; WNT].
Mnd. hull ‘heuvel’; ofri. holla ‘hoofd’ (nfri. hel ‘heuvel’); oe. hyll ‘heuvel’ (me. hulle, hil; ne. hill); wrsch. geassimileerd uit pgm. *huln-, de oe. en onl. vormen met Noordzee-Germaanse ontronding. Daarnaast een afleiding met pgm. *-m-: os. holm ‘eiland’; oe. holm ‘id.’; on. holmr ‘id.’ (nzw. holme ‘eilandje, heuveltje’, bijv. in de plaatsnaam Stockholm); deze afleiding is al vroeg door het (Proto-)Slavisch ontleend: Oudkerkslavisch chlŭmŭ ‘heuvel’ (Russisch cholm, Tsjechisch chlum ‘begroeide heuvel’).
Verwant met Latijn -cellere ‘rijzen’ (zie → excellent), culmen ‘top’ (zie → culmineren), columna ‘paal, zuil’ (zie → kolom), collis ‘heuvel’; Grieks kolōnós ‘heuvel’; Litouws kalnas ‘berg’; Middeliers coll ‘hoofd’; bij de wortel pie. *kelH- ‘uitsteken’ (IEW 544).
Het gelijkbetekenende → heuvel heeft hil in de Nieuwnederlandse periode definitief vervangen. Hil is nu alleen nog dialectisch bekend, met name in het West-Vlaams.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

hil* [hoogte] {in de vroegere Zeeuwse plaatsnaam Wolfs hil 1188 en in Hulhusen, nu Hulhuizen (Gld.) 1235, hil(le), hul [heuvel, duin, hoog aangewassen grond, eiland] 1269} nederduits hul, oudengels hyll (engels hill), oudnoors hallr [helling], gotisch hallus [rots] en middelnederlands holm [riviereiland, heuvel], oudsaksisch, oudengels holm, oudnoors holmr [eiland, heuvel]; buiten het germ. latijn collis [heuvel], grieks kolōnos [heuvel], litouws kalnas [berg], oudkerkslavisch čelo [voorhoofd].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

hil of hille znw. m. (vooral Z. Ned.) ‘vluchtheuvel, hoogte’, mnl. hille ‘heuvel, duin’, fri. hel. — Daarnaast staat mnl. hulle, nnd. hul, oe. hyll (ne. hill). — Waarschijnlijk is de grondvorm *helni: *hulni en dan te vergelijken met lat. collis (< *kolnis), vgl. nog gr. kolōnós, kolṓnē ‘heuvel’, gall. celicnon ‘toren’, miers coli ‘hoofd, leider’, osl. čelo ‘voorhoofd’ (IEW 544). — Zie ook: holm.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

hil v. (aardhoop), Mnl. hille, hul + Ags. hyll (Eng. hill); daarnevens Ags. heall, Go. hallus = rots, On. hallr = helling, alsook Os., Ags. holm, On. holmr = heuvel, eiland + Lat. collis (z. hals).

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

hil 'heuvel, hoogte'
Onl. hil, een in het westen voorkomende vorm van onl. hulle 'heuvel, hoogte' met Noordzee-Germaanse ontronding, ofri. holla 'hoofd', nfri. hel 'heuvel', mnd. hull 'heuvel', oe. hyll, ne. hill 'heuvel'. Vooral in toponiemen gebruikt. Daarnaast mnl. holm 'heuvel, hoogte, eiland', een afleiding met -m.
Oudste attestaties in plaatsnamen: 1188 Wolfs hil, 1195-1196 Wuluishil (ligging onbekend, bij Sint Kruis, Zl)1, ca. 1200? Grodenhullen, Hulle en Curtehullen (ligging onbekend, akkers bij Gendt, Gl)2.
Lit. 1Künzel e.a. 1989 409, 2Idem 154, 192, 215.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

hil ‘(gewestelijk) heuvel’ -> Duits dialect Hülle, Hille ‘dichtbegroeide kleine gazonheuvel, aardappelplant’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

hil* hoogte 1188 [Claes]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut