Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

high - (verkerend in een toestand van euforie)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

high bn. ‘verkerend in een toestand van euforie’
Nnl. high ‘euforisch, onder invloed van stimulerende middelen’, eerst nog tussen aanhalingstekens: figuren die zich verbeelden “high” te zijn [1965; WNT Aanv.], dan iemand die nooit high is geweest [1970; WNT Aanv.], ook euforisch door andere oorzaken: na mijn onderzoek in het archief kwam ik iedere avond helemaal high thuis [1987; Nieuwsblad van het Noorden].
Ontleend aan Engels high ‘euforisch door stimulerende middelen’ [1934; OED], eerder al ‘uitgelaten door de drank, dronken’ [1627; OED], een figuurlijke betekenis bij high ‘hoog’, verwant met → hoog. Deze betekenis is vergelijkbaar met die van hoog in het hoog in de bol hebben.

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

high bn. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = kneiter, doorgesnoven, beroesd. Koos Koets leek altijd kneiter. Hij sprak altijd traaaaag en zweeeeverig.

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

happening [(ludieke) (kunst)manifestatie] (1965). Het Winkler Prins Boek van het jaar vermeldt een aantal nieuwe woorden die zijn ontstaan of ingeburgerd rond 1965: babyfoon, bermprostitutie, booreiland, botel, candid camera, combi, contactlens, contractspeler, drive-in, escalatie, eyeliner, flatneurose, happening, hearing, high, inhaalstrook, inlegluier, koopgolf, kortparkeerder, kijkdichtheid, launderette, luchtkussenvoertuig, luisterdichtheid, luisterlied, middenbermbeveiliging, paperback, parkeergarage, parkeermeter, part-timers, pop-art, programmeur, protestsong, psychofarmaceutica, red-tape, reputatiebehartiging, resocialisatie, ruimte-afval, seksbom, spuitbus, stiltegebieden, straatmeubilair, supermarkt, teach-in, televerkoper, vangrail, vluchtstrook, vouwfiets, wasserette, weggooifles, wegpiraat, winkelcentrum, woningwetwoning.

Winkler Prins Boek van het jaar (1958-1980), Amsterdam / Brussel (lemma ‘Nieuwe woorden in onze taal’)

High (1966) (Eng.), een ook in Nederland ingeburgerde uitdrukking voor een toestand van verhoogd bewustzijn en verhevigde waarneming, o.a. te bereiken door gebruik van bepaalde stimulerende middelen.
Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

high (Engels high)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal