Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

heul - (papaver)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

heul1 [papaver] {hoelsaet [maanzaad] ca. 1450, huelzaet ca. 1500, huel 1567} < latijn oleum [olie] (uit de papaver werd vroeger olie gewonnen).

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

heul

De waerheyd’, zegt Vondel, ‘vind nergens heyl nocht heul’ en hij bedoelt met beide woorden ongeveer hetzelfde: baat, steun, troost, verlichting, uitkomst, hulp. Het is mogelijk dat dit heul hetzelfde is als heul: papaver, de plant met pijnstillend, verdovend vermogen. In dat geval is de afleiding duidelijk. Naast heul kwamen vroeger echter ook: eul en ooi voor, hetgeen wijst op verwantschap met Latijn oleum, waarop ook olie teruggaat. Anderen denken aan het werkwoord helen: verbergen (de heler is even slecht als de steler). Dan zou heul eigenlijk betekenen: schuilplaats. En tenslotte is het ook mogelijk dat heul familie is van heulen, in Zuid-Nederland gewoon voor: loten hoe partijen gevormd zullen worden bij ’t spel en vandaar: samendoen, samenrotten. De etymologie is dus onzeker.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

heul 1 znw. m. ‘naam voor papaversoorten’, sedert Kiliaen bekend. De h is later toegevoegd, want Kil. noemt het nog dial. bekende ooi, eul, vgl. mnl. oele (= ole, ȫle), ook nhd. dial. ol m., olig ‘papaver’. Het woord gaat evenals olie op lat. oleum terug, vgl. ook pikardisch, waals oliette, fra. œillette, eig. < olivette, verkleinw. van olive, omdat de papaver als vervangingsmiddel van de olijf voor de oliebereiding gebruikt werd. Dit verband met ‘olie’ blijkt nog uit mnl. olycruut, nnl. dial. oliebus, oliekop, oliesuier, oliezaad ‘papaver somniferum’, vla. oliette, oliète (vgl. de waalse vorm), nhd. dial. ölmagen, olmagen.

De aanleiding tot de toevoeging van de h is niet duidelijk; invloed van fra. huile is ondanks de vla. vorm huil weinig waarschijnlijk. Voor het latere taalgevoel was in heulsap het 1ste lid zeker heul 3, omdat het slaapverwekkend vermogen van de papaver als een hulp voor het pijnlijden beschouwd werd.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

heul I (naam voor verschillende papaversoorten), sedert Kil. Met jongere h naast Kil. ool, eul (nog dial.), mnl. oele (= ōle, ȫle, ook oelsaet, oolsaet o.). Vgl. du. dial. ol m., olig “papaver”. Evenals olie gaat dit woord op lat. oleum terug, wellicht via ’t Fr.; fr. oeillette “papaver” wordt ook hiervan afgeleid, maar ook van oeil “oog”. Voor de bet. vgl. mndl. olycruut, nnl. dial. oliebus, oliekop, oliesuier, oliezaad “papaver somniferum”, vla. oliette, oliète “id.”, du. dial. öl-, ol-magen. De ndl. h- is moeilijk te verklaren, vla. komt ook huil voor, dat aan fr. huile “olie” herinnert; aan invloed hiervan schrijft men ook wel de h van heul toe.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

heul 1 m. (plant), naar het Ofra. æille = olie (z.d.w.), van waar het dimin. æillette = maankop.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

heul (Latijn oleum)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Heul (heulsap), staat waarschijnlijk voor olie (Fr. huile), olie van papaver, dat pijnstillend, slaapwekkend werkt.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut