Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hetzelfde - (gelijke)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

zelfde bn. ‘gelijke’
Mnl. (met voorafgaand lidwoord of aanwijzend voornaamwoord) selve ‘die gelijke, die voorgenoemde, precies die’ in Dar ombe behort te dien seluen schepenen dat hus te besorgene ende tebescermene ‘daarom betaamt het diezelfde schepenen om het tehuis te besturen en te beschermen’ [1236; VMNW], dat selue [1240; Bern.], doent in den selfde pot ‘doen het in diezelfde pot’ [15e eeuw; MNW-P], binnen dien selfden daghen ‘gedurende diezelfde dagen’ [1470-90; MNW-R], Ende Aaron, die overste priester, dede dit selfde [1480; MNW-P].
Nevenvorm van mnl. selve in de bijvoeglijke functie van versterking van een voorafgaand lidwoord of aanwijzend voornaamwoord, dus ‘juist die, precies die’, en vandaar ‘die gelijke’, zie → zelf. De uitgang -de is wrsch. mede onder invloed van het voorafgaande bepaald lidwoord ontstaan, en wellicht ook naar analogie van twee groepen bijvoeglijke naamwoorden met deze uitgang: rangtelwoorden en deelwoorden.
In het Vroegnieuwnederlands bestonden beide vormen, zelve en zelfde, aanvankelijk nog naast elkaar, maar uiteindelijk heeft zelfde de oude vorm geheel verdrongen. Een vergelijkbare differentiëring van vorm en functie vond in het Duits plaats, waar de bijvoeglijke functie van Oudhoogduits selb is overgenomen door de onverbuigbare vorm selber (waaruit Nieuwhoogduits verbuigbaar derselbe), oorspr. de mannelijke nominatief enkelvoud, terwijl de voornaamwoordelijke functie is overgenomen door selbst, oorspr. de mannelijke genitief enkelvoud met latere toevoeging van -t.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1391. Het oude (of zelfde) liedje,

d.w.z. dezelfde (onaangename) geschiedenis, dezelfde bekende zaak; lat. cantilenam eandem canere; hd. es ist immer das alte Lied, die alte Leier, Geige; fr. chanter toujours la même chanson, le même turelure; eng. it is the same (or the old) song over again. Vgl. Anna Bijns, N. Refr. 108: Eest ende quaedt, zoo eest al quaedt, dits doude liedt; Vondel, Jos. in Dothan, vs. 1133; Antw. Idiot. 1872: 't Is altijd hetzelfde lieken; enz. Vrij gewoon was ook het oude deuntje (Sart. I, 3, 69; Brederoo I, 64; II, 161) of de oude zang (Vondel V, 85; Langendijk II, 198); fri.: it âlde lietsje of de âlde sang; Afrik. altyd die ou liedjie sing. In het Haspengouwsch: het oude lieken van Brabant, iets dat men om zijne veelvuldige herhaling afkeurt (Rutten, 132 b). Hiernaast dat is een ander liedje; fr. voilà bien une autre chanson; hd. das ist ein ander Lied, zuidndl. dat es 'n ander lieken, dat is (heel) wat anders (vgl. Brederoo III, 85, 66: Wy sullen nu een reys een ander Lietgen leeren) of een ander gezang zingen (in Kluchtspel I, 147); Afrik. iemand 'n ander liedjie laat sing.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut