Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hernia - (uitstulping van een tussenwervelschijf of van het buikvlies)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

hernia zn. ‘uitstulping van een tussenwervelschijf of van het buikvlies’
Vnnl. hernia ‘breuk of uitstulping in de ingewanden’ [1695; WNT Aanv.]. Eerder alleen als Latijns woord in woordenboeken, bijv. bij Apherdianus hernia “die gheschuertheyt” [1552]. Algemeen bekend is nu uitsluitend de specifieke betekenis ‘uitstulping van een tussenwervelschijf’ [1960; Koenen].
Ontleend aan Neolatijn hernia ‘id.’, betekenisuitbreiding bij klassiek Latijn hernia ‘navel- of liesbreuk’, verwant met → garen 1.
In de medisch-Latijnse terminologie is hernia nog steeds een algemene benaming voor een ingewandbreuk en gaat het woord altijd vergezeld van een toevoeging, zoals in hernia umbilicalis ‘navelbreuk’, hernia inguinalis ‘liesbreuk’. De enige hernia die in de algemene spreektaal bekend is, heet bij Nederlandse medici een hernia nuclei pulposi. In het Engels spreekt men bij een herniated nucleus pulposus, zoals deze aandoening daar officieel heet, van een slipped disc of disk, een ingewandbreuk is in de spreektaal daarentegen een hernia.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

hernia [uitstulping van tussenwervelschijf, ingewandsbreuk] {1552} < latijn hernia [breuk], verwant met hirae [ingewanden] en haruspex.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

hernia s.nw. (geneeskunde)
Abnormale uitpeuling van 'n orgaan deur die wande van die ruimte waarin dit lê, gewoonlik in die buik.
Uit Ndl. hernia (1552) of minder wsk. Eng. hernia (ongeveer 1386).
Ndl. hernia en Eng. hernia uit Latyn hernia 'breuk'.
D. Hernie, Fr. hernie.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

hernia ‘uitstulping van tussenwervelschijf, ingewandsbreuk’ -> Indonesisch hérnia ‘uitstulping van tussenwervelschijf, ingewandsbreuk’; Minangkabaus hernia ‘uitstulping van tussenwervelschijf, ingewandsbreuk’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

hernia uitstulping van tussenwervelschijf, ingewandsbreuk 1552 [Toll.] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut